← Theorie

Rijbewijs G · les 4 van 8

Controles voor vertrek en bediening

Het praktijkexamen begint met de voorafgaande controles. U toont dat u de bedieningen en instrumenten kent en dat u het voertuig veilig kunt controleren voor u wegrijdt. Deze les geeft de volgorde en de punten waar het examen op let.

3 min lezen · 8 checkvragen

Na deze les kan je

  • De bedieningen en instrumenten van de tractor benoemen en tonen.
  • De preventieve controles rond tractor en aanhangwagen in een logische volgorde doen.
  • Zit, spiegels en gordel instellen en veiligheidshandschoenen dragen.
  • Weten dat de elektrische controle van de aanhangwagen op eigen initiatief hoort.

Bedieningen en lichten

De examinator vraagt u de bedieningen te tonen en uit te leggen. U moet weten waar ze zitten en wat ze doen:

  • de lichten: grootlicht, dimlicht, mistlicht en stoplichten;
  • de draailichten van tractor en aanhangwagen;
  • de richtingaanwijzers;
  • de ruitenwissers;
  • de claxon.

U doet ook de elektrische controle van de aanhangwagen, bijvoorbeeld of de lichten werken. Dat doet u op eigen initiatief, zonder dat de examinator het vraagt.

Het dashboard kennen

U moet de instrumenten kunnen aanwijzen en zeggen wat ze betekenen:

  • brandstofmeter;
  • laadstroom van de batterij;
  • motortemperatuur;
  • toerenteller en snelheidsmeter;
  • urenteller;
  • bij luchtremmen: de drukreserve.

Wie met luchtremmen rijdt, wacht tot de druk voldoende is voor u vertrekt. Een controlelampje dat brandt, negeert u niet: u zoekt eerst de oorzaak.

Preventieve controles rondom

U loopt rond de tractor en de aanhangwagen en controleert wat een probleem kan geven onderweg. De examinator let op de volgorde en op de volledigheid.

  • stuurstangen en stuurkoppelingen;
  • de koppeling met borging en de veiligheidskabel;
  • elektrische kabels en hydraulische leidingen;
  • of de handrem van de aanhangwagen los is;
  • de banden;
  • de vloeistoffen: motorolie, koelvloeistof, remvloeistof, stuurbekrachtiging en ruitenwisservloeistof.

Werk systematisch, bijvoorbeeld van voor naar achter. Zo vergeet u niets en ziet de examinator dat u een methode hebt.

Instellingen en veiligheid

Voor u vertrekt, stelt u uw zit in, daarna de spiegels, en u maakt de veiligheidsgordel vast als het voertuig er een heeft. De spiegels staan in normale stand. Veiligheidshandschoenen zijn verplicht tijdens het examen, bijvoorbeeld bij het aan- en afkoppelen.

U stapt enkel uit als het voertuig stilstaat en de handrem is aangetrokken. U springt nooit uit de cabine en u rent niet. U stapt ook nooit over de dissel van de aanhangwagen.

Begrippen

Veiligheidskabel
Kabel die de aanhangwagen aan de trekker bindt als de eigenlijke koppeling losraakt.
Drukreserve
De luchtdruk in het remsysteem van voertuigen met luchtremmen; die moet voldoende zijn voor u vertrekt.
Urenteller
Teller die de werkuren van de motor registreert, vaak gebruikt voor onderhoud.

Veelgemaakte fouten

  • De elektrische controle van de aanhangwagen vergeten.
  • Vertrekken zonder de handrem van de aanhangwagen los te maken.
  • Spiegels pas na het wegrijden instellen.
  • Zonder veiligheidshandschoenen aan- of afkoppelen.

Check je begrip

Controles voor vertrek en bedieningVraag 1 / 5
Uw tractor heeft luchtremmen. Wat controleert u voor u vertrekt?
Foto

Uw tractor heeft luchtremmen. Wat controleert u voor u vertrekt?