Rijbewijs C1 · les 4 van 12
Voorafgaande controles en instellingen
Voor u wegrijdt, controleert u het voertuig. Op het examen hebt u daar hoogstens 15 minuten voor, en u zegt hardop wat u doet. Deze les geeft de volgorde en de punten die de examinator verwacht.
3 min lezen · 11 checkvragen
Na deze les kan je
- De externe en interne controles in een logische volgorde uitvoeren.
- Veilig in- en uitstappen met drie steunpunten.
- Zithouding, spiegels en instrumenten juist instellen.
Veilig in- en uitstappen
Een cabine is hoog. Stap altijd met het gezicht naar het voertuig in en uit en gebruik drie steunpunten: twee handen en één voet, of twee voeten en één hand. Springen is uit den boze; een verstuikte enkel of een val op nat wegdek is een vaak voorkomend ongeval.
Voor u uitstapt, zet u de parkeerrem aan en de versnelling in neutraal (of in park bij een automaat). Bij het in- of uitstappen kijkt u ook naar achteren voor passerend verkeer.
Externe controle rond het voertuig
U loopt een vaste ronde. Zo vergeet u niets.
- Banden: profiel, spanning, beschadigingen, wielmoeren en ventielen.
- Verlichting en richtingaanwijzers: werken ze, zijn ze proper en heel?
- Spiegels en ruiten: proper en onbeschadigd.
- Lekken onder het voertuig: olie, brandstof, koelvloeistof of lucht.
- Opbouw en lading: vergrendelingen, laadklep en zekering van de lading.
- Koppeling, leidingen en kabels bij een samenstel.
- Nummerplaat en documenten in de cabine.
U loopt rond met uw ogen en handen: kijken, voelen aan de wielmoeren, luisteren naar sissende lucht. Op het examen zegt u hardop wat u controleert en waarom.
Interne controle in de cabine
Eenmaal in de cabine stelt u alles in voor u start. Daarna doet u de interne controles.
- Zithouding en stoel: bereik alle pedalen volledig, de rug tegen de rugleuning en de armen licht gebogen met de handen op het stuur (volgens de GOCA-brochure tussen 10 uur 10 en 9 uur 15, met 9 uur 15 als ideale houding).
- Spiegels en hoofdsteunen: stel ze in op uw zithouding. Een vrachtwagen heeft meerdere spiegels, ook voor de dode hoek.
- Gordel: aan en goed aangespannen.
- Instrumenten: controleer de waarschuwingslampjes, de brandstof en de luchtdruk. Op een luchtdrukinstallatie wacht u tot de druk voldoende is voor u wegrijdt.
- Tachograaf: de kaart of schijf is geplaatst en de gegevens kloppen.
- Claxon, ruitenwissers en verlichting werken.
De remtest
Voor u echt vertrekt, test u de remmen. Rij stapvoets en rem, en controleer dat het voertuig rechtdoor remt en niet trekt naar een kant. Hoort u sissend lucht of voelt u een zwak rempedaal, dan rijdt u niet weg. Bij luchtdrukremmen let u op de drukmeter: zakt de druk bij het remmen onverwacht sterk, dan is er een lek.
Op het examen is de voorafgaande controle een deel van de terreinproef. Een voertuig dat niet in orde is, hoort niet op de weg.
Begrippen
- Steunpunt
- Een hand of voet die steun heeft tijdens het in- of uitstappen.
- Luchtdrukinstallatie
- Het remsysteem dat met samengeperste lucht werkt, met drukmeters in de cabine.
- Remtest
- Een korte test bij stapvoets rijden om te zien of de remmen gelijk werken.
Veelgemaakte fouten
- Uit de cabine springen in plaats van met drie steunpunten af te dalen.
- Vertrekken terwijl de luchtdruk nog te laag is.
- De controles stil doen: op het examen moet u uitleggen wat u controleert.
- Spiegels pas instellen terwijl u al rijdt.
Check je begrip

Wat is een goede zithouding achter het stuur van een vrachtwagen?
