← Theorie

Rijbewijs AM · les 6 van 8

Praktijkexamen op een tweewieler

Op een tweewieler bestaat het praktijkexamen uit een voorafgaande proef en vier manoeuvres op privéterrein. Het duurt hoogstens 15 minuten. Hier leest u wat er van u verwacht wordt.

3 min lezen · 11 checkvragen

Na deze les kan je

  • De voorafgaande proef kennen: bediening aanwijzen en gebruiken, chassisnummer tonen.
  • De vier manoeuvres in de juiste volgorde en met de juiste maten kunnen beschrijven.
  • Weten wat als fout telt en wanneer u een tweede poging krijgt.

De voorafgaande proef

Voor u wegrijdt, toont u dat u uw voertuig kent. Op vraag van de examinator wijst u de bediening aan en gebruikt u ze:

  • voorrem en achterrem,
  • versnellingspook (indien aanwezig),
  • gashendel,
  • claxon,
  • richtingaanwijzers (indien aanwezig),
  • dimlicht en grootlicht,
  • noodstopschakelaar (indien aanwezig).

Ook het chassisnummer wijst u aan. Bent u onvoldoende vertrouwd met uw voertuig, dan kan de examinator het examen onderbreken.

De vier manoeuvres

U voert de manoeuvres aaneengesloten uit, in deze volgorde. Uw voeten blijven op de voetsteunen. Enkel bij de noodremming zet u na de volledige stop uw voeten neer.

  • 1. De slalom: zeven kegels. U start 2 meter voor de eerste kegel, wijkt zo weinig mogelijk af, rijdt niet op de lijnen en raakt geen kegels.
  • 2. Het parcours in lussen: twee achten rond twee middenkegels. U blijft binnen de buitenkegels en de lijnen.
  • 3. Stapvoets rijden: in een smalle doorgang. Het voorwiel mag de doorgang gedurende 12 seconden niet verlaten. U zet geen voet aan de grond.
  • 4. De noodremming: tussen kegels versnelt u tot minstens 25 km/u op droog wegdek of 20 km/u op nat wegdek. U remt en stopt voor de witte lijn en zet dan een of twee voeten neer.

Wat telt als fout?

Een kegel raken, een lijn overschrijden, een voet neerzetten tijdens een manoeuvre en de tijd van 12 seconden niet halen zijn fouten. Een 'zware fout' zoals bij B is voor AM in de bronnen niet gedefinieerd. Is de uitvoering onvoldoende, dan krijgt u een tweede poging van de vier manoeuvres, behalve als u gevallen bent.

Helm en voertuig

U draagt een helm die correct is dichtgemaakt, met 1 tot 2 cm speling tussen kin en riem. Het voertuig moet voldoen aan de eisen van AM:

  • hoogstens 50 cm3 of 4 kW,
  • een snelheid van meer dan 25 en hoogstens 45 km/u,
  • een tweewieler met centrale of zijstandaard,
  • geen slechte staat: olieverlies of slechte banden worden geweigerd.

U mag uw eigen voertuig niet zelf naar het examencentrum rijden, want u heeft nog geen rijbewijs. In Vlaanderen mag het examen ook op een speedpedelec; vraag het na bij het examencentrum.

Zo oefent u

Oefen de manoeuvres in uw rijschool. Slalom en stapvoets rijden vragen evenwicht en blikvoering: kijk vooruit, niet naar de kegel. Bij de noodremming gebruikt u voor- en achterrem samen en blijft u recht. U moet die snelheid halen aan het einde van de twee witte lijnen, dus ga bewust tot minstens 25 km/u (20 km/u op nat wegdek).

Begrippen

Slalom
Zigzag tussen zeven kegels.
Noodstopschakelaar
Schakelaar waarmee u de motor onmiddellijk uitzet.
Chassisnummer
Het unieke nummer van het voertuig dat u moet kunnen aanwijzen.

Veelgemaakte fouten

  • Een voet neerzetten tijdens het stapvoets rijden.
  • Te traag beginnen aan de noodremming en de vereiste snelheid niet halen.
  • Naar de kegel kijken in plaats van vooruit.
  • Met een helm komen die niet goed gesloten is.

Check je begrip

Praktijkexamen op een tweewielerVraag 1 / 5
Hoeveel kegels staan er in de slalom van het praktijkexamen?
Foto

Hoeveel kegels staan er in de slalom van het praktijkexamen?