← Alle lessen

Plaats op de weg, snelheid en inhalen

Snelheid

Snelheidslimieten verschillen per wegtype en per gewest. Een fout op een vraag over de maximumsnelheid is op het examen een zware fout (5 punten). Deze les geeft de limieten, de zones, de geldigheid van de borden, de stopafstand en de sancties.

11 min lezen · 20 oefenvragen

Na deze les kan je

  • De algemene snelheidslimieten per wegtype en per gewest geven, ook voor 2x2-wegen, autowegen, bussen en zware voertuigen.
  • Weten welke snelheid geldt in zones en bijzondere gebieden: zone 30, schoolomgeving, woonerf, fietszone, verhoogde inrichting, speelstraat en voorbehouden weg.
  • Uitleggen hoe ver een bord C43 geldt, wat een snelheidszone is en wat C43 '30' boven het bord van de bebouwde kom betekent.
  • Uitleggen waarom de limiet een bovengrens is en hoe stopafstand en volgafstand toenemen met de snelheid.
  • De sancties kennen: wanneer het rijbewijs onmiddellijk ingetrokken kan worden en wanneer de rechter een verval uitspreekt.

Borden in deze les

De algemene limieten

Als geen bord een andere snelheid oplegt, gelden deze limieten voor personenwagens (art. 11). Snelheid buiten de bebouwde kom is een bevoegdheid van de gewesten: de limiet kan dus veranderen als u een gewestgrens oversteekt.

  • Bebouwde kom (bord F1): 50 km/u in Vlaanderen en Wallonië. In het Brussels Gewest is 30 km/u de regel sinds 2021; een bord C43 kan er op sommige wegen 50 km/u toelaten (art. 11.1).
  • Buiten de bebouwde kom op een gewone weg: 70 km/u in Vlaanderen (sinds 2017; 90 km/u enkel waar een bord C43 '90' staat), 70 km/u in Brussel en 90 km/u in Wallonië.
  • Weg met minstens twee rijstroken per richting, waarbij de rijrichtingen gescheiden zijn door iets anders dan een wegmarkering (middenberm, vangrail, verhoogde strook): 120 km/u in de drie gewesten, tenzij een bord anders zegt (wat vaak het geval is).
  • Weg met minstens twee rijstroken per richting, enkel gescheiden door een wegmarkering: dezelfde limiet als een gewone weg, dus 70 km/u in Vlaanderen en Brussel en 90 km/u in Wallonië (art. 11.2). Binnen de bebouwde kom geldt gewoon 50 km/u (Brussel 30).
  • Autosnelweg (bord F5): 120 km/u. De op- en afritten horen bij de autosnelweg (art. 2.3: het bord F5 staat aan de oprit), dus ook daar geldt 120 km/u tenzij een bord C43 anders zegt. Pas uw snelheid er wel aan de bocht aan (art. 10.1).
  • Autoweg (bord F9): geen eigen limiet. Een autoweg is geen autosnelweg; er geldt de limiet van het wegtype: 120 km/u alleen bij twee rijstroken per richting met een fysieke scheiding, anders 70 km/u (Vlaanderen en Brussel) of 90 km/u (Wallonië).

In Wallonië geldt bovendien 30 km/u op de delen van de weg die met D9 of D10 voor voetgangers en fietsers bestemd zijn, en 70 km/u op een middenrijbaan (art. 11.1 en 11.2, 3°). Een middenrijbaan herkent u aan de brede zijstroken met twee onderbroken strepen van telkens paren korte streepjes.

Voor andere voertuigen gelden lagere grenzen (art. 11.3): autobussen en autocars hoogstens 75 km/u, voertuigen en slepen boven 7,5 ton MTM hoogstens 60 km/u. Op de autosnelweg en op 2x2-wegen met fysieke scheiding rijden voertuigen boven 3,5 ton en bussen hoogstens 90 km/u (autocars met gordels en snelheidsbegrenzer: 100 km/u op de autosnelweg).

Zones en bijzondere gebieden

  • Zone 30 (bord F4a): 30 km/u in alle straten van de zone, tot het eindebord F4b (art. 22quater). Het bord wordt niet herhaald na een kruispunt.
  • Schoolomgeving: afgebakend met de borden F4a en F4b (art. 2.37), meestal 30 km/u, soms enkel tijdens de schooluren via variabele borden.
  • Schoolstraat: geen gewone schoolomgeving. De straat is tijdelijk afgesloten met een hek en bord C3 met onderbord 'schoolstraat'; wie er toch mag rijden, rijdt stapvoets (art. 22undecies).
  • Speelstraat (bord C3 met onderbord): enkel bewoners, garagehouders, prioritaire en vergunde voertuigen en fietsers. U rijdt stapvoets, laat de doorgang vrij voor spelende kinderen, verleent hun voorrang en stopt zo nodig (art. 22septies).
  • Verhoogde inrichting (drempel of plateau): aangekondigd met gevaarsbord A14 en aangeduid met bord F87, op een kruispunt enkel met A14, of gelegen in een zone 30. U nadert dubbel voorzichtig en rijdt erover met hoogstens 30 km/u (art. 22ter). Links inhalen mag er alleen bij een fietser of step (art. 17.2, 7°); stilstaan en parkeren is er verboden (art. 24, 11°).
  • Weg voorbehouden voor bepaalde weggebruikers (borden F99a, F99b, F99c, einde F101): motorvoertuigen die er mogen rijden (bv. naar een aanliggend perceel) rijden hoogstens 30 km/u (art. 22octies).
  • Fietszone (bord F111): maximaal 30 km/u en motorvoertuigen mogen fietsers niet inhalen (art. 22novies).
  • Woonerf of erf (bord F12a): 20 km/u (art. 22bis).
  • Voetgangerszone (bord F103): stapvoets, enkel voor wie er mag rijden (art. 22sexies).

Snelheidsborden en snelheidszones

Een bord C43 geldt vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt, tot een nieuw bord C43 (met of zonder zonale geldigheid), tot het begin- of eindebord van een bebouwde kom, woonerf of voetgangerszone, of tot het bord C45 (einde van de beperking) (art. 68.3). Een onderbord kan de geldigheid beperken, bijvoorbeeld tot een afstand, tot bepaalde uren of tot voertuigen boven een bepaalde MTM.

Binnen de bebouwde kom geldt na een afwijkend bord C43 vanaf het volgende kruispunt opnieuw de gewone limiet van 50 km/u (Brussel 30) (art. 71, F1). Eén uitzondering: een bord C43 '30' dat boven het bord F1 staat, geldt in de hele bebouwde kom, tot het bord C45 '30' boven het eindebord F3 (art. 68.3).

Een snelheidszone is een zonaal bord C43 (bv. 'zone 50' of 'zone 70') met een wit vlak en de vermelding 'zone' (art. 65.5.10). De zonale snelheid geldt vanaf het zonebord tot het eindezonebord, zonder herhaling na kruispunten. Staat binnen de zone een bord C43 met een andere snelheid, dan geldt die tot het volgende kruispunt en daarna opnieuw de zonale snelheid; hetzelfde na een woonerf of schoolomgeving in de zone. Een bord C43 met een hogere snelheid dan de zone mag er niet staan. Een zelfklevend vignet met de zonale snelheid op een verlichtingspaal is enkel een herinnering, geen bord.

Variabele (elektronische) borden hebben dezelfde betekenis als vaste borden (art. 65.3). Een elektronisch bord of zonebord dat gedoofd is, toont geen bord en legt dus niets op: dan geldt de gewone limiet. Bij smog kan een bord C43 '90' met onderbord 'smog' tijdelijk een lagere snelheid opleggen op autosnelwegen.

De limiet is een bovengrens

De maximumsnelheid is nooit een doel. U regelt uw snelheid volgens de andere weggebruikers (vooral de kwetsbare), het weer, het zicht, de drukte, de staat van de weg en de staat en lading van uw voertuig (art. 10.1, 1°). U houdt een voldoende veiligheidsafstand tot uw voorligger (art. 10.1, 2°) en u moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die u kunt voorzien (art. 10.1, 3°). Bij mist, regen of sneeuw rijdt u dus trager dan de limiet.

Te traag rijden is ook een overtreding: u mag andere bestuurders niet hinderen door zonder geldige reden abnormaal traag te rijden of door plots te remmen als de veiligheid dat niet vereist (art. 10.2). Wie sterk vertraagt, kondigt dat aan met de stoplichten. Iemand aansporen of uitdagen om te snel te rijden is verboden (art. 10.4), en snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidswedstrijden op de openbare weg zijn verboden zonder toelating van de overheid (art. 50); beide zijn overtredingen van de vierde graad (KB 30/9/2005).

Op de autosnelweg is er ook een ondergrens: u mag er niet trager rijden dan 70 km/u, tenzij een bord C43 een lagere snelheid oplegt (art. 21.2). Voertuigen die op een vlakke weg geen 70 km/u halen, mogen de autosnelweg niet op (art. 21.1). Op de autoweg bestaat die minimumsnelheid niet.

Stopafstand en volgafstand

De stopafstand is de reactieafstand plus de remafstand. De reactieafstand is de weg die u aflegt tussen het zien van het gevaar en het indrukken van de rem (ongeveer één seconde): ongeveer 15 m bij 50 km/u, 27 m bij 90 km/u en 36 m bij 120 km/u. De remafstand stijgt met het kwadraat van de snelheid: twee keer zo snel rijden betekent ongeveer vier keer zo lang remmen.

  • Stopafstand op een droge weg (examenwaarden): ongeveer 30 m bij 50 km/u, 45 m bij 70 km/u, 70 m bij 90 km/u en 95 m bij 110 km/u.
  • Op een nat wegdek is de remafstand ongeveer anderhalve keer langer; op sneeuw of ijzel een veelvoud.
  • Vuistregel voor de volgafstand: uw snelheid gedeeld door twee, in meter (120 km/u: 60 m). Dat komt overeen met de regel van twee seconden tot uw voorligger.
  • ABS voorkomt dat de wielen blokkeren, zodat u blijft sturen tijdens het remmen; het verkort de remafstand niet.

Vermoeidheid verlengt de reactietijd: neem op lange ritten om de twee uur minstens een kwartier pauze.

Controle en sancties

Snelheid wordt gemeten met vaste en mobiele camera's en met trajectcontrole: twee camera's meten uw gemiddelde snelheid over een afstand, zodat even afremmen voor de camera niet helpt. De sancties staan in de wegverkeerswet en gelden in de drie gewesten.

  • Onmiddellijke intrekking van het rijbewijs (art. 55): mogelijk bij meer dan 30 km/u te snel, of meer dan 20 km/u te snel in een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf. De procureur of een officier van gerechtelijke politie beslist; het is dus geen automatisme.
  • Verval van het recht tot sturen (art. 29 §3 en 38): de rechter kan het uitspreken vanaf meer dan 30 km/u te snel (meer dan 20 km/u in kom, zone 30, schoolomgeving of erf) en moet het uitspreken vanaf meer dan 40 km/u te snel (meer dan 30 km/u in kom, zone 30, schoolomgeving of erf), telkens voor 8 dagen tot 5 jaar.
  • Wie zijn rijbewijs B minder dan twee jaar heeft, krijgt bij een overtreding die tot verval kan leiden altijd een verval, met minstens het theorie- of praktijkexamen opnieuw (art. 38 §5).

Voor een aangereden voetganger maakt elke km/u verschil: aan 30 km/u overleeft hij meestal, aan 50 km/u is de kans op overlijden veel groter en aan 70 km/u overleeft hij meestal niet. Daarom kost een fout op een vraag over de maximumsnelheid op het examen 5 punten in plaats van 1.

Begrippen

Bebouwde kom
Gebied tussen de borden F1 en F3; standaard 50 km/u, in Brussel 30 km/u.
Zone 30
Zone tussen de borden F4a en F4b waarin 30 km/u geldt, zonder herhaling na kruispunten.
Snelheidszone
Zonaal bord C43 (bv. 'zone 50') dat tot het eindezonebord geldt, zonder herhaling na kruispunten (art. 65.5.10).
Verhoogde inrichting
Drempel of plateau, aangekondigd met A14 en aangeduid met F87; erover hoogstens 30 km/u, geen stilstaan of parkeren.
Stopafstand
Reactieafstand plus remafstand: de totale weg tussen het zien van een gevaar en stilstaan.
Trajectcontrole
Meting van uw gemiddelde snelheid tussen twee camera's op een afstand van elkaar.
Onmiddellijke intrekking
Het parket of een officier van gerechtelijke politie neemt uw rijbewijs meteen in, voor maximaal 15 dagen (verlengbaar).
Verval van het recht tot sturen
Straf van de rechter waardoor u een tijd niet mag rijden: 8 dagen tot 5 jaar, soms met examens om het recht terug te krijgen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat elke weg met twee rijstroken per richting 120 is: zonder fysieke scheiding geldt 70 (Wallonië 90).
  • Een autoweg (F9) verwarren met een autosnelweg (F5): op een autoweg geldt niet automatisch 120 en er is geen minimumsnelheid.
  • Vergeten dat in Brussel 30 km/u de regel is in de bebouwde kom, en dat 70 er buiten de kom geldt.
  • Denken dat een C43 '30' boven het bord van de bebouwde kom maar tot het volgende kruispunt geldt.
  • Denken dat de remafstand verdubbelt als de snelheid verdubbelt: hij wordt ongeveer vier keer langer.
  • Denken dat ABS de remafstand verkort: het houdt alleen de wielen aan het rollen zodat u kunt blijven sturen.
  • Denken dat te traag rijden nooit een overtreding is, of dat verval bij een snelheidsovertreding altijd een keuze van de rechter is.

Check je begrip

Vraag 1 van 50 juist
Begin van een woonwijk met een zonebord rechts en een zijstraat verderop links.
Verkeersbord bij deze vraag
Foto
Situatie: Begin van een woonwijk met een zonebord rechts en een zijstraat verderop links.

U rijdt een zone binnen die met dit bord aangeduid is. Na drie kruispunten ziet u geen nieuw bord. Welke limiet geldt?

Zware fout: een fout antwoord kost 5 punten