Plaats op de weg, snelheid en inhalen
Inhalen en kruisen
Inhalen gebeurt links, met voldoende zicht, voldoende zijdelingse afstand en zonder anderen te hinderen. Op een aantal plaatsen is het verboden; de zwaarste gevallen zijn overtredingen van de derde en vierde graad.
9 min lezen · 20 oefenvragen
Na deze les kan je
- Het verschil kennen tussen inhalen, voorbijrijden en sneller rijden dan de file naast u.
- De twee gevallen kennen waarin u rechts mag inhalen, en hoe u links inhaalt en terugkeert.
- Alle plaatsen kennen waar links inhalen verboden is, met de uitzonderingen voor de helling, de bocht en de weg met drie rijstroken.
- Weten wat de borden
C35 en
C39 precies verbieden en tot waar ze gelden.
- Correct kruisen, ook met een tram, en de zijdelingse afstand tot fietsers en voetgangers kennen.
Borden in deze les
F13Rijstrookkeuze
F15Voorsorteringsborden
A45Overweg voor enkel spoor
A47Overweg voor twee of meer sporen
B1Voorrang verlenen
B5Stoppen en voorrang verlenen
B9Voorrangsweg
B15Voorrang
C35Inhaalverbod
C37Einde inhaalverbod
C39Inhaalverbod voor vrachtwagens
C41Einde inhaalverbod voor vrachtwagens
E9aParkeren toegelaten
B19Smalle doorgang: tegenliggers hebben voorrang
B21Smalle doorgang: jij hebt voorrang
Inhalen of voorbijrijden?
Inhalen bestaat alleen ten opzichte van een bestuurder die in beweging is (art. 16.1). Een stilstaand of geparkeerd voertuig rijdt u voorbij: de inhaalverboden van art. 17 gelden dan niet, de markeringen (zoals een doorlopende witte streep) wel.
Sneller rijden dan de file naast u, of een rijstrook volgen volgens de borden F13 en
F15 of volgens de regels voor rijden in files (art. 9.4 en 9.5), is geen inhalen (art. 16.2). Eén uitzondering blijft gelden: ook dan mag u geen voertuig voorbijrijden dat stopt voor of nadert tot een oversteekplaats voor voetgangers of fietsers zonder verkeerslichten of bevoegd persoon (art. 17.2, 5°).
Een motorrijder mag bij stilstaand of traag verkeer tussen twee rijstroken of files rijden: hoogstens 50 km/u en hoogstens 20 km/u sneller dan de files. Op autosnelwegen en autowegen mag dat alleen tussen de twee meest linkse rijstroken (art. 16.2bis).
Links inhalen, met twee uitzonderingen
Inhalen doet u langs links (art. 16.3). Er zijn twee uitzonderingen:
- Rechts inhalen mag als de voorligger aangeeft dat hij links wil afslaan of zijn voertuig links wil opstellen, en zich al naar links heeft begeven (art. 16.3).
- Een tram haalt u rechts in. Links mag alleen als rechts niet kan (te smal of een hindernis) of in een straat met eenrichtingsverkeer (art. 16.9).
Voor u links inhaalt, controleert u of de weg ver genoeg vrij is, of niemand achter u al begonnen is met inhalen, of u zonder hinder weer rechts kunt gaan rijden en of u snel genoeg kunt inhalen (art. 16.4). Zet de richtingaanwijzer tijdig aan vóór elke zijdelingse verplaatsing en weer uit zodra de verplaatsing klaar is (art. 16.4, 2° en 16.6). Tijdens het inhalen laat u voldoende afstand tot wie u inhaalt; is de rijbaan te smal, dan mag u de gelijkgrondse berm gebruiken als u daar niemand in gevaar brengt, maar nooit het fietspad (art. 16.5).
Na links inhalen keert u terug naar rechts zodra dat zonder bezwaar kan, met de richtingaanwijzer (art. 16.6). U hoeft niet terug naar rechts als u meteen opnieuw wilt inhalen op een eenrichtingsweg of op een tweerichtingsweg met vier of meer rijstroken, zolang u op de stroken van uw rijrichting blijft. Wie ingehaald wordt, gaat zo ver mogelijk naar rechts en mag niet sneller gaan rijden (art. 16.7).
Waar inhalen verboden is
Links inhalen is altijd verboden als u tegenliggers niet van ver genoeg ziet aankomen (art. 17.1). Dat geldt voor wie u ook inhaalt, dus ook voor een fietser. Daarnaast mag u een gespan, een tweewielig motorvoertuig of een voertuig met meer dan twee wielen niet links inhalen (art. 17.2):
- op een overweg (
A45 of
A47) zonder slagbomen en zonder verkeerslichten;
- op een kruispunt waar u geen voorrang hebt: waar de voorrang van rechts geldt of waar u een bord
B1 of
B5 hebt. Op een kruispunt waar u voorrang hebt (
B9,
B15) mag u wel links inhalen;
- bij het naderen van de top van een helling en in bochten met onvoldoende zicht, tenzij u kunt inhalen zonder de doorlopende witte streep te overschrijden die het deel voor de tegenliggers afbakent;
- als de bestuurder voor u zelf iets anders dan een fiets, een tweewielige bromfiets of een tweewielige motorfiets inhaalt. Uitzondering: op een rijbaan met drie of meer rijstroken in uw rijrichting, zoals een autosnelweg met drie stroken, mag dat wel;
- bij een oversteekplaats voor voetgangers of fietsers zonder verkeerslichten of bevoegd persoon, als de bestuurder voor u er stopt of ze nadert;
- bij neerslag op autosnelwegen, autowegen en wegen met minstens vier rijstroken, voor bestuurders van voertuigen en slepen met een MTM boven 7,5 t;
- op een verhoogde inrichting, zoals een verkeersplateau.
Een fietser of een step mag u op die plaatsen wel inhalen, met voldoende zijdelingse afstand, zolang art. 17.1 het toelaat.
Het bord C35 verbiedt elke bestuurder, ook een motorrijder, om een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen, vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt of tot het bord
C37 (art. 68.3). Een tweewielige motorfiets of een fiets inhalen mag daar wel.
C39 (einde:
C41) is hetzelfde verbod, maar alleen voor goederenvervoer boven 3,5 t MTM: een personenauto of autobus mag er wel inhalen.
Autosnelweg: nooit keren, nooit achteruit
Op de autosnelweg en de autoweg is het verboden te keren, achteruit te rijden, in de tegenrichting te rijden of de dwarsverbindingen in de middenberm te gebruiken. Dat zijn overtredingen van de vierde graad. Wie zijn afrit mist, rijdt door tot de volgende. Stilstaan en parkeren mag er alleen op parkeerstroken met het bord E9a, of bij pech. Rij rechts en gebruik de linkerrijstroken alleen om in te halen.
De pechstrook is geen rijstrook. Erop rijden is verboden en een overtreding van de derde graad. Alleen prioritaire voertuigen met een dringende opdracht mogen er altijd op; takelwagens en personen of diensten die door het parket of de politie opgeroepen zijn, mogen er enkel op bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer, om de plaats van een incident langs of op de autosnelweg of autoweg te bereiken (art. 9.7).
Bij file vormt u een reddingsstrook, al zodra het verkeer vertraagt: op twee rijstroken gaat de linkerstrook uiterst links en de rechterstrook uiterst rechts; bij meer rijstroken ontstaat de reddingsstrook naast de linkse rijstrook (art. 9.8). U wijkt daarvoor niet uit naar de pechstrook.
Kruisen
Kruisen gebeurt rechts (art. 15.1). U laat voldoende ruimte opzij en wijkt zo nodig naar rechts uit. Wie belemmerd wordt door een hindernis aan zijn kant (geparkeerde auto, werken), vertraagt en stopt zo nodig om de tegenligger door te laten (art. 15.2). In een smalle doorgang regelen de borden B19 (voorrang verlenen) en
B21 (voorrang hebben) wie eerst mag. Is de rijbaan te smal om te kruisen, dan mag u de gelijkgrondse berm gebruiken als u daar niemand in gevaar brengt (art. 15.3), maar nooit het fietspad of de parkeerstrook achter de brede witte streep die de denkbeeldige rand van de rijbaan aanduidt (art. 75.2). Een fietssuggestiestrook hoort wel bij de rijbaan.
Een tram kruist u rechts. Links mag enkel als rechts niet kan door de engte van de doorgang, een stilstaand of geparkeerd voertuig of een vaste hindernis, en zonder tegenliggers te hinderen (art. 15.4).
Bij het kruisen of inhalen van een fietser of tweewielige bromfietser, ook als die op het fietspad rijdt, laat u minstens 1 m zijdelingse afstand, buiten de bebouwde kom 1,5 m (art. 40ter). Voor voetgangers op de rijbaan geldt hetzelfde; lukt dat niet, dan rijdt u stapvoets en stopt u zo nodig (art. 40.7). Tussen voertuigen onderling zegt de wet alleen 'voldoende afstand' (art. 16.5).
Welke fouten zwaar tellen
Een examenvraag over een overtreding van de derde of vierde graad kost bij een fout 5 punten. Voor inhalen en kruisen (KB 30/9/2005):
- Vierde graad: een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links inhalen bij de top van een helling of in een bocht zonder zicht. Gaat het om een tweewielig motorvoertuig, dan is het maar eerste graad. Keren, achteruitrijden of in de tegenrichting rijden op de autosnelweg of autoweg is ook vierde graad.
- Derde graad: inhalen zonder zicht op tegenliggers (art. 17.1), op een overweg zonder slagbomen of lichten, terwijl uw voorligger zelf inhaalt, bij een oversteekplaats (art. 17.2, 1°, 4° en 5°), versnellen terwijl u ingehaald wordt (art. 16.7), te weinig zijdelingse afstand tot een fietser of bromfietser (art. 40ter) en rijden op de pechstrook (art. 9.7).
- Tweede graad: rechts inhalen buiten de twee toegelaten gevallen (art. 16.3), niet terugkeren naar rechts (art. 16.6), links inhalen op een kruispunt zonder voorrang of op een verhoogde inrichting (art. 17.2, 2° en 7°).
Begrippen
- Inhalen
- Voorbijrijden van een bestuurder die in beweging is (art. 16.1). Een stilstaand of geparkeerd voertuig voorbijrijden is geen inhalen.
- Kruisen
- Een tegenligger passeren; gebeurt rechts, met voldoende ruimte opzij (art. 15.1).
- Tripleren
- Een bestuurder inhalen die zelf aan het inhalen is. Verboden, behalve op een rijbaan met drie of meer rijstroken in uw rijrichting (art. 17.2, 4°).
- Gespan
- Een voertuig dat door een of meer dieren getrokken wordt. Het valt onder de inhaalverboden van art. 17.2 en van
C35.
- Pechstrook
- Strook naast de rijbaan van een autosnelweg of autoweg voor voertuigen in nood; rijden is verboden behalve voor prioritaire voertuigen en, bij sterk vertraagd verkeer, takelwagens en opgeroepen diensten (art. 9.7).
- Reddingsstrook
- Vrije strook die bestuurders bij file vormen tussen de linkse en de andere rijstroken, zodat hulpdiensten erdoor kunnen (art. 9.8).
Veelgemaakte fouten
- Denken dat tripleren altijd verboden is: op een rijbaan met drie of meer rijstroken in uw rijrichting mag het wel.
- Denken dat inhalen bij een helling of bocht altijd verboden is: het mag als u de doorlopende streep niet overschrijdt.
- Een fietser inhalen in een bocht zonder zicht omdat art. 17.2 fietsers niet noemt: art. 17.1 verbiedt dat toch.
- Denken dat
C35 alleen auto's treft: ook een motorrijder mag onder
C35 geen auto inhalen; een motorfiets of fiets inhalen mag wel.
- Een stilstaand voertuig voorbijrijden en denken dat de inhaalverboden gelden: ze gelden niet, de markeringen wel.
- De pechstrook gebruiken om een file te omzeilen, of denken dat een takelwagen er altijd op mag.
- Niet terugkeren naar rechts na het inhalen, of versnellen terwijl u ingehaald wordt.
- Bij een smalle rijbaan uitwijken naar het fietspad of de parkeerstrook in plaats van de gelijkgrondse berm.
Check je begrip

Het is dichte mist en u ziet maar 40 meter ver. Een trage vrachtwagen rijdt voor u op een tweerichtingsweg. Mag u hem links inhalen?
Zware fout: een fout antwoord kost 5 punten