Plaats op de weg, snelheid en inhalen
Stilstaan en parkeren
Stilstaan is kort en functioneel, parkeren is alles wat langer duurt. Ken de afstanden, de plaatsen waar u nooit mag staan en de borden E1 tot E11.
10 min lezen · 20 oefenvragen
Na deze les kan je
- Het verschil tussen stilstaan en parkeren uitleggen en de juiste plaats kiezen: rechts, op de berm of op de rijbaan.
- De verboden van art. 24 (stilstaan én parkeren) en art. 25 (alleen parkeren) uit elkaar houden, met de afstanden 1, 3, 5, 15 en 20 m.
- De borden
E1,
E3,
E5,
E7 en E11 en hun pijl-onderborden juist toepassen.
- De parkeerschijf correct gebruiken en de tijdslimieten voor defecte voertuigen, reclamevoertuigen en zware voertuigen kennen.
Borden in deze les
Stilstaan of parkeren, en waar u staat
Een stilstaand voertuig staat niet langer stil dan nodig om personen te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of te lossen (art. 2.22). Alles wat langer duurt, is parkeren, ook als u in de auto blijft zitten of uw knipperlichten aanzet. Tanken of een elektrische auto opladen telt als parkeren (art. 2.23).
U staat stil of parkeert rechts ten opzichte van uw rijrichting. Alleen op een rijbaan met eenrichtingsverkeer mag u ook links staan (art. 23.1.1°). U staat buiten de rijbaan: binnen de bebouwde kom op de gelijkgrondse berm, buiten de bebouwde kom op eender welke berm. Moeten voetgangers die berm gebruiken, dan laat u langs de buitenkant een begaanbare strook van minstens 1,50 m vrij. Is de berm te smal, dan staat u deels op de berm en deels op de rijbaan; is er geen bruikbare berm, dan staat u op de rijbaan (art. 23.1.2°). Op de rijbaan staat u zo ver mogelijk van de aslijn, evenwijdig met de rand en in één rij (art. 23.2). Open een portier en stap in of uit alleen als dat niemand hindert of in gevaar brengt, vooral voetgangers en tweewielers (art. 28).
Waar u nooit mag stilstaan en parkeren
Stilstaan en parkeren is verboden overal waar uw voertuig duidelijk gevaar of onnodige hinder oplevert, en in elk geval (art. 24):
- op trottoirs en, binnen de bebouwde kom, op verhoogde bermen (tenzij een plaatselijke regeling het toelaat);
- op fietspaden en op minder dan 5 m van de plaats waar fietsers het fietspad verlaten of oprijden;
- op overwegen;
- op oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers en op de rijbaan op minder dan 5 m ervóór;
- op de rijbaan in tunnels en onderdoorgangen en onder bruggen;
- op de rijbaan bij de top van een helling en in bochten met onvoldoende zicht;
- op minder dan 5 m van een kruispunt, gemeten vanaf de verlenging van de dichtstbijzijnde rand van de dwarse rijbaan;
- op minder dan 20 m vóór verkeerslichten, op én buiten kruispunten, en op minder dan 20 m vóór verkeersborden;
- op verhoogde inrichtingen zoals een verkeersdrempel of -plateau.
De 20 m vóór verkeerslichten buiten kruispunten en vóór verkeersborden geldt niet als uw voertuig met lading niet hoger is dan 1,65 m en de onderkant van het bord of licht minstens 2 m boven de rijbaan hangt (art. 24.9°-10°); vóór verkeerslichten op een kruispunt blijft de 20 m altijd gelden (art. 24.8°). Ook op verkeersgeleiders, verdrijvingsvlakken (witte schuine strepen) en dambordmarkeringen mag u niet stilstaan of parkeren (art. 77.4 en 77.8). Op de autosnelweg mag u alleen stilstaan of parkeren op parkeerstroken met het bord E9a.
Waar u wel mag stilstaan maar niet parkeren
Hier mag u even stilstaan, maar niet parkeren (art. 25.1):
- op minder dan 1 m voor of achter een ander voertuig, en overal waar u het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig verhindert;
- op minder dan 15 m aan weerszijden van het bord van een bus-, trolleybus- of tramhalte;
- voor een inrit van een eigendom, behalve voor het voertuig waarvan de nummerplaat leesbaar op de inrit staat;
- waar voetgangers of fietsers om een hindernis heen de rijbaan op moeten;
- waar u de toegang tot parkeerplaatsen buiten de rijbaan verhindert;
- waar de vrije doorgang op de rijbaan smaller dan 3 m zou worden;
- buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg (bord
B9): stilstaan mag wel, en op de berm mag u wel parkeren;
- op een rijbaan die in rijstroken verdeeld is, behalve waar
E9a of
E9b staat;
- naast een gele onderbroken streep op de rand van de rijbaan;
- op een tweerichtingsweg tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, als twee voertuigen elkaar daardoor moeilijk kunnen kruisen;
- op de middelste rijbaan van een weg met drie rijbanen, en buiten de bebouwde kom links op een weg met twee rijbanen of op de middenberm ertussen;
- op plaatsen voor personen met een handicap, tenzij de speciale parkeerkaart achter de voorruit ligt;
- op de zijdelingse strook naast een middenrijbaan.
Een voertuig te koop of te huur stellen op de openbare weg is verboden (art. 25.2).
Borden E1, E3, E5, E7 en E11
Het bord E1 verbiedt parkeren, het bord
E3 verbiedt stilstaan én parkeren. Beide gelden aan de kant van de weg waar ze staan, op de rijbaan én op de berm, vanaf het bord tot het volgende kruispunt. Een wit onderbord met een zwarte pijl omhoog betekent het begin van de regeling, een pijl omlaag het einde, een dubbele pijl een herhaling; staat er een afstand bij ('x m'), dan geldt het bord alleen over die afstand (art. 70.2.2). Een opschrift kan het verbod beperken tot bepaalde uren, dagen of voertuigen.
E5 verbiedt parkeren op de rijbaan aan die kant van de 1e tot de 15e van de maand,
E7 van de 16e tot het einde van de maand; op de berm mag u wel parkeren. U wisselt van kant op de laatste dag van elke periode tussen 19.30 en 20 u (art. 70.2.1.2°). Staat het bord E11 boven het bord van de bebouwde kom, dan geldt het beurtelings parkeren op alle rijbanen van die kom: van de 1e tot de 15e parkeert u aan de kant met oneven huisnummers, van de 16e tot het einde van de maand aan de even kant (art. 26 en 70.3). De
E9-borden regelen alleen het parkeren: bij
E9c (vrachtauto's) of
E9d (autocars) mag u met de auto dus wel even stilstaan, maar niet parkeren.
Blauwe zone en parkeerschijf
In een blauwe zone legt u de parkeerschijf aan de binnenkant van de voorruit, met de pijl op het streepje dat volgt op uw aankomsttijd: komt u aan om 10.20 uur, dan zet u de pijl op 10.30 uur (art. 27.1.2). Zonder andere aanduiding geldt dat op werkdagen (maandag tot en met zaterdag) van 9 tot 18 uur, voor maximaal 2 uur; het zonebord of een onderbord kan andere dagen, uren of een andere maximumduur bepalen. Na afloop verlaat u de parkeerplaats; de schijf verzetten zonder weg te rijden is verboden (art. 27.1.3). Dezelfde schijfplicht geldt buiten de zone bij E5,
E7 of
E9a tot
E9g met een onderbord met parkeerschijf (art. 27.2), en bij een defecte parkeermeter of -automaat (art. 27.3.1). Een gemeentelijke parkeerkaart of de parkeerkaart voor personen met een handicap vervangt de schijf; met de handicapkaart geldt geen tijdsbeperking (art. 27.1.4 en 27.4).
Langdurig parkeren en pech
Een motorvoertuig dat niet meer kan rijden of een aanhangwagen mag hoogstens 24 uur na elkaar op de openbare weg geparkeerd blijven, een reclamevoertuig hoogstens 3 uur, en binnen de bebouwde kom een auto, sleep of aanhangwagen van meer dan 7,5 t MTM hoogstens 8 uur, behalve waar E9a,
E9c of
E9d staat (art. 27.5).
Bij pech neemt u de maatregelen die het verkeer veilig en vlot houden: u stelt het voertuig op zoals een geparkeerd voertuig, met dezelfde regels en verboden. Kan het voertuig niet verplaatst worden, of alleen naar een plaats waar stilstaan en parkeren verboden is, dan signaleert u het met de gevarendriehoek: minstens 30 m ervoor op gewone wegen, minstens 100 m op de autosnelweg, zichtbaar van op ongeveer 50 m. De waarschuwingsknipperlichten mogen erbij, maar vervangen de driehoek niet (art. 51.1 en 51.2). Een parkeerverbod vervalt dus niet omdat uw auto defect is.
In de drie gewesten gelijk
De regels voor stilstaan en parkeren (art. 23 tot 27) en de borden E1 tot E11 (art. 70) zijn vandaag in Vlaanderen, Brussel en Wallonië dezelfde; u krijgt er in elk gewest dezelfde examenvragen over. Vanaf 1/6/2027 geldt de nieuwe Code van de openbare weg: de borden
E5,
E7 en E11 verliezen dan hun betekenis en in Brussel geldt de beperkte parkeertijd dan ook voor houders van de parkeerkaart voor personen met een handicap. Tot dan leert u de regels uit deze les.
Begrippen
- Stilstaand voertuig
- Een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig om in of uit te stappen of te laden en lossen (art. 2.22).
- Geparkeerd voertuig
- Een voertuig dat langer stilstaat dan daarvoor nodig is; tanken en opladen tellen als parkeren (art. 2.23).
- Gelijkgrondse berm
- Een berm op dezelfde hoogte als de rijbaan; binnen de bebouwde kom mag u alleen op zo'n berm staan, buiten de kom op elke berm.
- Verhoogde inrichting
- Een verkeersdrempel of -plateau (bord F87): hoogstens 30 km/u, niet inhalen behalve fietsers, en niet stilstaan of parkeren.
- Verdrijvingsvlak
- Witte evenwijdige schuine strepen op de rijbaan: u mag er niet rijden, stilstaan of parkeren (art. 77.4).
- Beurtelings parkeren
- Parkeren afwisselend aan de ene kant (1e tot 15e) en de andere kant (16e tot einde van de maand), met
E5/
E7 per straat of E11 voor de hele bebouwde kom.
- Blauwe zone
- Zone met beperkte parkeertijd (zonebord met
E9a en parkeerschijf): schijf verplicht, werkdagen 9 tot 18 u, maximaal 2 uur tenzij anders aangegeven.
- MTM
- Maximale toegelaten massa van het voertuig; gewichten op parkeerborden en de 7,5 t-regel slaan op de MTM.
Veelgemaakte fouten
- Wachten op iemand met de knipperlichten aan als 'stilstaan' zien: zodra niemand in- of uitstapt of laadt, parkeert u.
- De 20 m-regel alleen toepassen op verkeerslichten op kruispunten en de verkeersborden en lichten buiten kruispunten vergeten.
- Denken dat u buiten de bebouwde kom niet op een verhoogde berm mag staan: buiten de kom mag elke berm.
- De 5 m bij een zebrapad aan beide kanten meten: het verbod geldt vóór de oversteekplaats, in uw rijrichting.
- Bij
E1 of
E3 toch op de berm gaan staan: beide borden gelden ook op de berm.
E5 en
E7 gelden alleen op de rijbaan.
- Denken dat een parkeerverbod niet geldt voor een defect voertuig: u stelt het op zoals een geparkeerd voertuig.
- Bij
E5/
E7 of E11 om middernacht van kant wisselen in plaats van op de laatste dag tussen 19.30 en 20 u.
Check je begrip

U rijdt in een bocht waar u slecht ziet wat er aankomt. Er is langs de kant een vrije plaats. Wat doet u?