← Alle lessen

Voorrang en medeweggebruikers

Kwetsbare weggebruikers

Voetgangers en fietsers hebben geen koetswerk. De wegcode legt u extra voorzichtigheid op, met specifieke regels aan zebrapaden en fietsoversteekplaatsen, bij bus- en tramhaltes, in fietszones en rond scholen.

9 min lezen · 20 oefenvragen

Na deze les kan je

  • Weten wie de wegcode als voetganger, fietser of bromfietser beschouwt, ook bij steps, e-steps en speed pedelecs.
  • De regels aan een zebrapad en aan een oversteekplaats voor fietsers toepassen, en het verschil tussen beide kennen.
  • Correct reageren bij een bus of tram aan een halte en bij een schoolbus met knipperende richtingaanwijzers.
  • De zijdelingse afstand, de fietszone en de voorrangsregels voor fietsers bij afslaan en aan het einde van een fietspad kennen.
  • Weten wat geldt in een woonerf, speelstraat, schoolstraat, voetgangerszone en schoolomgeving.

Borden in deze les

Wie is voetganger, wie is bestuurder?

Wie een fiets, een gemotoriseerd rijwiel of een tweewielige bromfiets aan de hand leidt, is voetganger; wie een motorfiets of auto duwt, een paard berijdt of vee leidt, is bestuurder (art. 2.13 en 2.46). Een e-step, segway of scootmobiel (maximaal 25 km/u) is een voortbewegingstoestel: de gebruiker valt onder de regels voor fietsers, niet voor motorvoertuigen. Wie met een niet-gemotoriseerd toestel (step, skateboard, rolstoel) stapvoets rijdt, is voetganger; sneller dan stapvoets geldt hij als fietser (art. 2.15.2 en 7bis). Wat u tegenover voetgangers en fietsers moet doen, geldt dus ook tegenover hen.

Drie- en vierwielers tot 1 m breed en fietsen met hulpmotor (0,25 kW, afslaand bij 25 km/u) zijn fietsen (art. 2.15.1). Een speed pedelec (trapondersteuning tot 45 km/u) is geen fiets en geen bromfiets klasse B, maar een eigen bromfietscategorie (art. 2.17, 3). Een bromfiets klasse B moet het fietspad bij bord D7 alleen volgen met onderbord M6; onderbord M7 verbiedt het hem.

Kinderen jonger dan 10 jaar mogen altijd op het trottoir fietsen; buiten de bebouwde kom mag elke fietser dat als er geen fietspad is (art. 9.1.2, 4° en 5°). Nadert u trek-, last- of rijdieren of vee, dan vertraagt u; vertonen de dieren tekenen van angst, dan stopt u (art. 10.3).

Voetgangers en zebrapaden

Aan een oversteekplaats zonder verkeerslichten of bevoegd persoon nadert u met matige snelheid en verleent u voorrang aan voetgangers die op het zebrapad zijn of op het punt staan het op te gaan (art. 40.4.2). U haalt nooit een voertuig in dat voor een zebrapad stopt of het nadert. Aan verkeerslichten laat u voetgangers die al aan het oversteken zijn, rustig de overkant bereiken, ook als u groen hebt (art. 40.4.1). Een voetganger op een zebrapad geen voorrang verlenen is een overtreding van de derde graad. Rijd een zebrapad niet op als u er door de file waarschijnlijk op zou moeten stoppen (art. 40.5).

Voetgangers moeten een zebrapad gebruiken dat op minder dan ongeveer 20 m ligt (art. 42.4.1). Steken ze elders over, dan moeten zij rekening houden met het naderende verkeer (art. 42.4.4), maar u blijft voorzichtig en mag hen nooit in gevaar brengen.

Tegenover kinderen, ouderen en personen met een beperking, onder wie blinden met een witte of gele stok, bent u dubbel voorzichtig: u vertraagt en stopt zo nodig (art. 40.2). Zonder trottoir of berm lopen voetgangers meestal links op de rijbaan, dus ze komen u tegemoet. Rijdt u langs een voetganger op de rijbaan, dan laat u minstens 1 m ruimte, en 1,5 m buiten de bebouwde kom; lukt dat niet, dan rijdt u stapvoets en stopt u zo nodig (art. 40.7). Moeten voetgangers om een hindernis heen op de rijbaan, laat dan minstens 1 m vrij, anders stapvoets (art. 40.6).

Bus, tram en schoolbus

Langs elke stilstaande bus, tram of autocar waar reizigers in- of uitstappen, vertraagt u (art. 40.3.1). Stopt een bus of tram aan een halte zonder vluchtheuvel en rijdt u aan de kant waar de reizigers in- en uitstappen, dan stopt u tot ze veilig het trottoir of de berm hebben bereikt; daarna vertrekt u met matige snelheid (art. 40.3.2).

Een schoolbus herkent u aan een geel bord van minstens 0,40 m vooraan en achteraan. Werken al zijn richtingaanwijzers tegelijk, dan vertraagt u sterk en stopt u zo nodig: er stappen kinderen in of uit (art. 39bis).

Fietsers inhalen, kruisen en afslaan

Bij het inhalen of kruisen van een fietser of tweewielige bromfietser, ook als die op het fietspad rijdt, houdt u minstens 1 m zijdelingse afstand, en 1,5 m buiten de bebouwde kom (art. 40ter). Kan dat niet, dan wacht u. Te weinig afstand laten is een overtreding van de derde graad. Een gekleurde fietssuggestiestrook is geen fietspad: ze hoort bij de rijbaan en u mag er rijden en parkeren.

In een fietszone (bord F111; vroeger heette dat een fietsstraat) mogen fietsers en speed pedelecs de hele breedte van de rijbaan gebruiken als die alleen in hun richting open is, en de rechterhelft als er verkeer in beide richtingen is. U rijdt er maximaal 30 km/u en u mag fietsers niet inhalen (art. 22novies).

Wie afslaat, verleent voorrang aan fietsers die op het fietspad rechtdoor rijden (art. 19.4); het bord F50bis herinnert u daaraan. Dat geldt ook voor fietsers die tegen de richting in rijden in een straat met het onderbord M2 of M4. Zo'n fietser komt niet uit een verboden rijrichting: komt hij op een kruispunt van rechts, dan verleent u hem voorrang van rechts (art. 12.3.1). Een fietser die aan het einde van het fietspad rechtdoor de rijbaan oprijdt, voert geen manoeuvre uit en moet geen voorrang verlenen (art. 12.4); parkeren is verboden tot 5 m van die plaats (art. 24, 2°). De borden B22 en B23 laten fietsers toe om bij rood licht rechts af te slaan of rechtdoor te rijden, als ze voorrang verlenen.

Oversteekplaats voor fietsers en fietsers in groep

Een oversteekplaats voor fietsers (bord F50, aangekondigd door het gevaarsbord A25) nadert u met matige snelheid. Fietsers die er al oversteken, mag u niet in gevaar brengen of hinderen; zo nodig stopt u om ze te laten doorrijden, en u rijdt de oversteekplaats niet op als u er door de file waarschijnlijk zou moeten stoppen (art. 40ter). Fietsers mogen zich er pas op begeven rekening houdend met het naderende verkeer (art. 43.3): zij hebben er dus geen voorrang zoals een voetganger op een zebrapad. Stilstaan en parkeren is verboden op en tot 5 m vóór een zebrapad of fietsoversteekplaats (art. 24, 4°).

15 tot 50 fietsers in groep mogen met twee naast elkaar op de rechterrijstrook rijden en hoeven het fietspad niet te volgen; vanaf 51 zijn twee wegkapiteins en een begeleidende auto vóór en achter (op ±30 m, met een blauw bord A51) verplicht. Een wegkapitein mag u op een kruispunt zonder lichten laten stoppen (art. 43bis).

De dode hoek

Spiegels tonen niet alles. Rechts naast en schuin achter uw voertuig zit een zone die u in geen enkele spiegel ziet; bij vrachtwagens is die zone meters groot. Voor u rechts afslaat of van rijstrook verandert, kijkt u in de spiegel én over uw schouder.

Als fietser blijft u achter een vrachtwagen die mogelijk rechts afslaat, nooit ernaast. Als bestuurder houdt u er rekening mee dat een fietser dat niet altijd doet.

Zone 30, schoolomgeving, woonerf en andere zones

In een zone 30 en in een schoolomgeving (F4a en F4b) rijdt u maximaal 30 km/u en verwacht u op elk moment een kind dat tussen geparkeerde auto's opduikt. Het gevaarsbord A23 kondigt een plaats aan waar veel kinderen komen. Een gemachtigd opzichter met een bordje C3 mag het verkeer stilleggen: u moet dan stoppen (art. 40bis).

In een woonerf of erf (bord F12a) is de limiet 20 km/u en mogen voetgangers de hele breedte van de weg gebruiken; spelen mag er ook. U mag hen niet in gevaar brengen of hinderen, stopt zo nodig en bent dubbel voorzichtig voor kinderen. Parkeren mag er alleen op de aangeduide plaatsen (art. 22bis).

  • Speelstraat (hek met bord C3 en onderbord 'speelstraat'): enkel bewoners, wie er een garage heeft, prioritaire en vergunde voertuigen en fietsers; stapvoets en voorrang aan de spelende voetgangers (art. 22septies).
  • Schoolstraat (bord C3): de weg is voor voetgangers, fietsers en speed pedelecs; andere bestuurders enkel met vergunning, stapvoets en met voorrang aan voetgangers en fietsers (art. 22undecies).
  • Voetgangerszone (F103 tot F105): wie er mag inrijden, rijdt stapvoets, laat de doorgang vrij en stopt zo nodig; parkeren is er verboden (art. 22sexies).

Begrippen

Voetganger
Wie te voet gaat, of een fiets, gemotoriseerd rijwiel of tweewielige bromfiets aan de hand leidt (art. 2.46).
Voortbewegingstoestel
Step, e-step, segway, scootmobiel of rolstoel; gemotoriseerd tot 25 km/u. Gebruiker geldt als fietser, stapvoets zonder motor als voetganger (art. 2.15.2, 7bis).
Speed pedelec
Fiets met trapondersteuning tot 45 km/u; een eigen bromfietscategorie, geen fiets en geen klasse B (art. 2.17).
Oversteekplaats voor fietsers
Markering met bord F50 waar fietsers de rijbaan oversteken; u hindert wie er al oversteekt niet (art. 40ter).
Fietssuggestiestrook
Gekleurde strook op de rijbaan zonder wettelijke betekenis: geen fietspad.
Fietszone
Zone met bord F111 waar fietsers de rijbaan mogen gebruiken: maximaal 30 km/u, fietsers niet inhalen (art. 22novies).
Schoolstraat
Straat met bord C3 die tijdelijk alleen open is voor voetgangers, fietsers en speed pedelecs (art. 22undecies).
Gemachtigd opzichter
Geen bevoegd persoon, maar u volgt zijn aanwijzingen op; hij legt het verkeer stil met een bordje C3 (art. 40bis).

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een fietser op een oversteekplaats voor fietsers dezelfde voorrang heeft als een voetganger op een zebrapad.
  • Een speed pedelec als gewone fiets of als bromfiets klasse B behandelen.
  • Doorrijden langs een bus of tram aan een halte zonder vluchtheuvel terwijl reizigers uitstappen.
  • Een fietser die aan het einde van het fietspad rechtdoor de rijbaan oprijdt, als manoeuvre beschouwen en hem geen voorrang geven.
  • Een fietser die uit een beperkt eenrichtingsstraat komt, de voorrang van rechts ontzeggen omdat hij 'tegen de richting in' rijdt.
  • Een fietssuggestiestrook voor een fietspad houden en er niet op durven rijden of parkeren.

Check je begrip

Vraag 1 van 50 juist
Zebrapad met een stilstaande auto ervoor, de voetganger is niet zichtbaar.
Foto
Situatie: Zebrapad met een stilstaande auto ervoor, de voetganger is niet zichtbaar.

U nadert een zebrapad zonder verkeerslichten. Voor u staat een auto stil vlak voor het zebrapad. Wat doet u?

Zware fout: een fout antwoord kost 5 punten