← Alle lessen

Start: het examen en je rijbewijs

Rijbewijs, papieren en verzekering

Op weg naar uw rijbewijs kiest u een traject met of zonder begeleider. Als bestuurder hebt u altijd de juiste papieren bij en een BA-verzekering. Na een ongeval volgt u een vaste volgorde.

11 min lezen · 25 oefenvragen

Na deze les kan je

  • De trajecten naar het rijbewijs per gewest onderscheiden (M36, M18, M12 en de Brusselse en Waalse filières).
  • De beperkingen van een voorlopig rijbewijs kennen: nachtverbod in het weekend en rond feestdagen, geen aanhangwagen, wel de autosnelweg.
  • De voorwaarden voor een begeleider kennen en weten wanneer het vormingsmoment (Vlaanderen) of rendez-vous pédagogique (Wallonië) nodig is.
  • Weten wat het terugkommoment in Vlaanderen is en wanneer het moet.
  • De boorddocumenten opsommen die in de wagen moeten zijn en de verplichte BA-autoverzekering uitleggen.
  • Correct handelen bij een ongeval: beveiligen, eerste hulp verlenen, identiteit en gegevens uitwisselen, aanrijdingsformulier invullen, wanneer de politie verwittigen.

Het traject naar uw rijbewijs

U slaagt eerst voor het theorie-examen. Daarna vraagt u een voorlopig rijbewijs aan en oefent u tot het praktijkexamen. Na het theorie-examen moet u minstens 5 maanden op de openbare weg oefenen vóór u het praktijkexamen mag doen. Dat geldt voor M36 en M18, niet voor M12. In Vlaanderen zijn er drie soorten voorlopig rijbewijs:

  • M36: u oefent tot 36 maanden met een begeleider naast u. Een rijschool is niet verplicht. U kunt starten vanaf 17 jaar.
  • M18: u mag zonder begeleider rijden. U hebt hiervoor minstens 18 jaar nodig en 20 uur les bij een erkende rijschool. De rijschool geeft u een bekwaamheidsattest (3 jaar geldig). U mag maximaal 2 passagiers meenemen, en zij moeten aan de voorwaarden van een begeleider voldoen. Het rijbewijs is 18 maanden geldig en niet verlengbaar of vernieuwbaar.
  • M12: u kunt dit maar één keer aanvragen, nadat een M36 of M18 verlopen is. U hebt minstens 6 uur rijles nodig bij een erkende rijschool, gevolgd ná het verlopen van het vorige rijbewijs, met getuigschrift, en een nog geldig theorie-examen. Het alternatief is 3 jaar wachten, met 6 uur praktijkles en een stageattest.

Zakt u in Vlaanderen twee keer voor het theorie-examen, dan volgt u eerst 12 uur theorieles bij een erkende rijschool vóór u een derde keer mag proberen. Zakt u twee keer voor het praktijkexamen, dan volgt u eerst 6 uur praktijkles bij een erkende rijschool.

In Wallonië zijn er drie filières: de vrije filière met een vrijwillige 'guide', de rijschoolfilière en een combinatie van beide. Met een guide krijgt u een voorlopig rijbewijs van 36 maanden. Die guide heeft minstens 8 jaar rijbewijs B. U houdt dan een roadbook bij. Zonder guide krijgt u een voorlopig rijbewijs van 18 maanden: u bent minstens 18 jaar en hebt 20 uur rijschool of een bekwaamheidsattest. Brussel heeft eigen regels, met een langere oefenperiode en kilometereisen. Controleer de precieze cijfers altijd bij een officiële bron van uw gewest.

Rijden met een voorlopig rijbewijs

Met een voorlopig rijbewijs rijdt u op de openbare weg zoals elke andere bestuurder, maar met enkele beperkingen (KB 10/7/2006):

  • U mag niet rijden van 22 uur tot 6 uur in de nacht van vrijdag op zaterdag, van zaterdag op zondag en van zondag op maandag, en evenmin in de nacht vóór en de nacht na een wettelijke feestdag.
  • U mag wél op de autosnelweg rijden. Oefen dat ook, zodat invoegen en uitvoegen geen verrassing zijn.
  • U mag geen aanhangwagen trekken.
  • U hebt het voorlopig rijbewijs altijd bij u en u houdt u aan wat erop staat: de begeleider(s) bij een M36 of M12, het aantal passagiers bij een M18.

Sinds 1 juli 2026 (wet van 25 mei 2026) valt wie met een voorlopig rijbewijs een zware overtreding begaat onder dezelfde regeling als een beginnende bestuurder: de rechter spreekt een verval van het recht tot sturen uit en u moet opnieuw examens afleggen vóór u weer mag rijden.

De begeleider en het vormingsmoment

In Vlaanderen mag u één of maximaal twee begeleiders hebben. Een begeleider moet aan al deze voorwaarden voldoen:

  • Hij of zij is ingeschreven in België en heeft een Belgisch identiteitsdocument.
  • Hij of zij heeft minstens 8 jaar rijbewijs B (Belgisch of Europees).
  • Hij of zij verloor nooit het recht tot sturen, ook niet in de afgelopen 3 jaar.
  • Hij of zij begeleidde het voorbije jaar geen andere leerling. Uitzondering: eigen (klein)kinderen, broers, zussen en pleegkinderen, of die van een partner.

Voor een voorlopig rijbewijs M36 of M12 dat op of na 1 maart 2024 is afgeleverd (kijk naar de datum in vak 4a), volgt de begeleider een vormingsmoment. Dat duurt 3 uur bij een erkende rijschool en kost 21 euro. Het bewijs is 10 jaar geldig. U krijgt een begeleidersattest van de rijschool: neem het mee naar het examen. Alleen een Vlaams vormingsmoment telt, niet het Waalse.

  • De begeleider volgt het vormingsmoment minstens 5 maanden vóór uw praktijkexamen.
  • Die termijn van 5 maanden geldt niet bij een M12, en ook niet als u van M18 naar M36 omwisselt.
  • Hebt u twee begeleiders, dan volgen ze allebei het vormingsmoment en minstens één doet dat 5 maanden vóór het examen.

In Wallonië is er een gelijkaardige verplichting: het rendez-vous pédagogique, een verplicht infomoment voor de kandidaat en de guide(s).

Het terugkommoment (Vlaanderen)

Na het behalen van uw definitieve rijbewijs B in Vlaanderen volgt u een terugkommoment. Het is een verplichte opleiding van 4 uur, in groepen van 4 tot 18 personen. Ze bestaat uit een korte inleiding, praktijkoefeningen op een afgesloten terrein en een groepsgesprek. Het is geen examen. Het kost 128 euro (elk jaar geïndexeerd).

  • Wanneer: 6 tot 9 maanden na de 'geldig vanaf'-datum van uw definitieve rijbewijs. Vroeger gaan kan niet.
  • Wie: wie zijn rijbewijs in een Vlaamse gemeente kreeg, na het behalen in Vlaanderen woont, en zijn voorlopig rijbewijs op of na 1 oktober 2017 aanvroeg.
  • Schrijf op tijd in: na de aanmaning krijgt u 2 extra maanden en betaalt u 64 euro extra. Daarna kan een proces-verbaal volgen met boetes tot 4000 euro.
  • Uitstel kan enkel in uitzonderlijke gevallen, zoals ziekte, buitenland voor werk of studie, overlijden of detentie.

Het terugkommoment is dus pas ná het slagen. Het is geen deel van het examen zelf.

Papieren in de wagen

Als bestuurder moet u de volgende documenten kunnen voorleggen aan de politie:

  • Uw rijbewijs en uw identiteitskaart. Oefent u met een voorlopig rijbewijs, dan moet u dat rijbewijs bij u hebben. Daarop staat uw begeleider (in Wallonië en Brussel hoort daar ook het roadbook bij).
  • Het inschrijvingsbewijs van de wagen.
  • Het bewijs van verzekering (de groene kaart). De politie kan de verzekering ook digitaal controleren, dus op papier is de kaart niet meer strikt verplicht. Neem ze toch mee: ze helpt bij een ongeval en u moet ze in het buitenland kunnen tonen.
  • Het geldige keuringsbewijs als de wagen gekeurd moet worden.

Het gelijkvormigheidsattest hoort bij de documenten van de wagen: het bewijst dat het voertuigtype is goedgekeurd en u hebt het nodig bij de keuring en bij verkoop. Bewaar het goed, maar u hoeft het niet aan boord te hebben.

Laat u een document thuis, dan kunt u gecontroleerd worden en een boete krijgen. Houd ook een Europees aanrijdingsformulier in de wagen. Daarnaast moeten vier uitrustingsstukken altijd aan boord zijn: gevarendriehoek, brandblusser, fluovest en verbandetui (KB 15/3/1968, art. 70-71; zie de les over voertuig en uitrusting).

Andere verplichtingen voor de bestuurder

  • Vindt een arts u rijongeschikt, dan levert u uw rijbewijs binnen 4 werkdagen in bij de gemeente. U krijgt het terug zodra u een rijgeschiktheidsattest kunt voorleggen (KB 23/3/1998, art. 46).
  • In Vlaanderen en Wallonië is roken in de auto verboden als er een kind meerijdt (in Vlaanderen jonger dan 16 jaar). De boete kan oplopen tot 1.000 euro. Voor Brussel bestaat zo'n regel niet met zekerheid; rook dus nooit met een kind aan boord.

De verplichte BA-autoverzekering

Elke wagen die rijdt moet verzekerd zijn voor de burgerlijke aansprakelijkheid (BA). Dat is bij wet verplicht, ook voor een wagen die u maar kort gebruikt. De BA-verzekering betaalt de schade die u aan anderen veroorzaakt: andere voertuigen, voetgangers, fietsers en passagiers. De schade aan uw eigen wagen dekt ze niet. Daarvoor dient een aparte omniumverzekering.

Rijdt u zonder verzekering, dan bent u strafbaar en betaalt u mogelijk zelf de volledige schade. Verandert u van wagen of verzekeraar, controleer dan dat er geen dag zonder dekking is.

Wat doet u bij een ongeval?

U moet altijd stoppen na een ongeval. Volg dan deze volgorde:

  • Beveilig de plaats: zet de motor af, zet de alarmlichten aan en plaats de gevarendriehoek op minstens 30 m vóór het voertuig, op de autosnelweg op minstens 100 m, zodat hij van op ongeveer 50 m zichtbaar is (art. 51.2). Op een autosnelweg of autoweg draagt u een fluovest zodra u uitstapt (art. 51.4); daarom moet het vest altijd aan boord zijn (art. 70bis KB 15/3/1968). Blijft u op de autosnelweg wachten, ga dan zelf achter de vangrail staan.
  • Verleen hulp: bel 112 bij gewonden (dat dekt ook de politie) en help zoals u kunt. Doorrijden na een ongeval is strafbaar (vluchtmisdrijf), zeker bij gewonden zwaar strafbaar.
  • Eerste hulp: verplaats een gewonde niet, behalve bij brandgevaar. Laat een helm op, tenzij het slachtoffer ademnood heeft of braakt. Geef geen drank of medicatie. Stelp een bloeding met een drukverband; bind het lidmaat niet af.
  • Wissel gegevens uit: naam, adres, nummerplaat en verzekering van alle betrokkenen, plus gegevens van getuigen. Bij een ongeval met enkel blikschade moet iedereen ouder dan 15 jaar zijn identiteitsbewijs tonen aan wie erom vraagt (art. 52.2).
  • Vul het aanrijdingsformulier in: de voorzijde vult u samen met de andere bestuurder in, met een schets en de kruisjes bij de omstandigheden. Beiden ondertekenen en elk bewaart een exemplaar. Met uw handtekening bevestigt u de feiten, dus lees alles na vóór u tekent en erken geen schuld als u niet akkoord bent. De achterzijde vult elke bestuurder daarna apart in voor zijn eigen verzekeraar. Bezorg het formulier zo snel mogelijk aan uw verzekeraar, uiterlijk binnen 8 dagen volgens de meeste polissen.

Bij gewonden komt altijd de politie: u blijft ter plaatse en verwittigt ze. Kunt u geen politie bereiken, dan doet u binnen 24 uur aangifte bij het dichtstbijzijnde politiekantoor of dat van uw woonplaats (art. 52.3). Verwittig de politie ook bij een betwisting, als de andere partij wegrijdt of niet verzekerd is, bij een bestuurder onder invloed van alcohol of drugs, bij verkeershinder of een gevaarlijke lading. Beschadigt u het eigendom van een derde en vindt u de eigenaar niet, verwittig dan ook de politie en laat een briefje met uw gegevens achter.

Begrippen

Voorlopig rijbewijs
Rijbewijs om te oefenen na het theorie-examen (M36, M18 of M12); met nachtverbod in het weekend en rond feestdagen en zonder aanhangwagen (KB 10/7/2006).
Begeleider
Bestuurder met minstens 8 jaar rijbewijs B die naast u zit tijdens het oefenen met een M36 of M12.
Vormingsmoment
Verplichte infosessie van 3 uur voor begeleiders in Vlaanderen.
Terugkommoment
Verplichte opleiding van 4 uur in Vlaanderen, 6 tot 9 maanden na het definitieve rijbewijs.
BA-verzekering
Verplichte verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid: dekt schade die u aan anderen veroorzaakt.
Aanrijdingsformulier
Europees formulier: de voorzijde vullen beide bestuurders samen in en ondertekenen ze, de achterzijde vult elk apart in voor zijn verzekeraar.
Gelijkvormigheidsattest
Document dat bewijst dat het voertuigtype is goedgekeurd; hoort bij de documenten van de wagen (nodig bij keuring en verkoop).
Rijgeschiktheidsattest
Attest van een arts waarmee u uw rijbewijs terugkrijgt nadat u medisch rijongeschikt was verklaard.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een M36 zonder begeleider mag rijden: dat mag enkel bij een M18, en dan met maximaal 2 passagiers die aan de begeleidersvoorwaarden voldoen.
  • Denken dat u met een voorlopig rijbewijs niet op de autosnelweg mag: dat mag wel. Wat niet mag: 's nachts rijden in het weekend en rond feestdagen, en een aanhangwagen trekken.
  • Het terugkommoment verwarren met het vormingsmoment: het eerste is voor de bestuurder na het slagen, het tweede voor de begeleider vóór het examen.
  • Denken dat de BA-verzekering ook uw eigen wagen dekt.
  • Het fluovest pas aantrekken 'buiten de bebouwde kom': de draagplicht geldt op de autosnelweg en de autoweg, zodra u uitstapt.
  • Bij een ongeval de wagen eerst verplaatsen of wegrijden in plaats van te stoppen, te beveiligen en hulp te bieden.
  • Een gewonde verplaatsen of zijn helm afnemen 'om te helpen': dat doet u alleen bij brandgevaar, ademnood of braken.
  • Schuld erkennen in het aanrijdingsformulier terwijl u niet weet hoe het ongeval gebeurde; met uw handtekening bevestigt u de vaststellingen op de voorzijde.

Check je begrip

Vraag 1 van 50 juist
Een voorlopig rijbewijs naast een autosleutel op een tafel.
Foto
Situatie: Een voorlopig rijbewijs naast een autosleutel op een tafel.

Voor welk voorlopig rijbewijs met begeleider geldt de termijn van 5 maanden niet?