Borden, markeringen en lichten
Verbods- en gebodsborden (C en D)
Een rond bord met rode rand verbiedt iets, een rond blauw bord verplicht iets. Hier leert u de belangrijkste C- en D-borden, wat de onderborden voor fietsers en bromfietsers betekenen, tot waar een verbod geldt en hoe u een fietspad met bord van een gemarkeerd fietspad onderscheidt.
10 min lezen · 25 oefenvragen
Na deze les kan je
- De verbodsborden C herkennen: toegang, inhalen, afslaan, keren, snelheid, afmetingen en massa.
- Weten tot waar een verbod geldt en welke borden het opheffen.
- De onderborden
M2, M3,
M11 en M12 bij
C1,
C3,
C31 en
D1 juist lezen, en weten wanneer
M2 verplicht is.
- De gebodsborden D herkennen: verplichte rijrichting, rotonde, verplicht fietspad, voetpad en ruiterpad.
- Het verschil maken tussen een verplicht fietspad (
D7) en een aanliggend fietspad zonder bord.
Borden in deze les
C1Verboden toegang
C3Verboden in beide richtingen
C5Verboden voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen
C7Verboden voor motorfietsen
C9Verboden voor bromfietsen
C11Verboden voor fietsers
C13Verboden voor voertuigen met dieren bespannen
C15Verboden voor ruiters
C19Verboden voor voetgangers
C22Verboden voor autocars
C23Verboden voor vrachtvoertuigen
C24aVerboden voor voertuigen met gevaarlijke goederen
C31aVerbod links af te slaan
M2Uitgezonderd fietsers
M11Uitgezonderd fietsers en speed pedelecs
C21Verboden voor voertuigen boven aangeduide massa
C39Inhaalverbod voor vrachtwagens
C43-50Maximumsnelheid 50 km/u
C25Verboden voor te lange voertuigen
C27Verboden voor te brede voertuigen
C29Verboden voor te hoge voertuigen
C31bVerbod rechts af te slaan
C33Verbod om te keren
C35Inhaalverbod
C37Einde inhaalverbod
C41Einde inhaalverbod voor vrachtwagens
C45Einde van de snelheidsbeperking
C46Einde van alle plaatselijke verboden
F1aBegin bebouwde kom
F1bBegin bebouwde kom
F3aEinde bebouwde kom
D1Verplichte rijrichting
D3Verplichte keuze uit richtingen
D5Rotonde
D7Verplicht fietspad
D9Fiets-/bromfietspad met voetgangers
D10Voetgangers en fietsers
D11Verplicht pad voor voetgangers
D13Verplicht pad voor ruiters
M6Fietspad ook voor bromfietsen klasse B
M7Fietspad niet voor bromfietsen klasse B
M13Fietspad verplicht voor speed pedelecs
M16Fietspad niet voor bromfietsen klasse B en speed pedelecs
F19Eenrichtingsverkeer
F21Links of rechts voorbijrijden
C en D: verbod en gebod
De wegcode verdeelt de verkeersborden in zes groepen. Twee ervan zijn in deze les aan de beurt.
- Verbodsborden (C): rond, wit met een rode rand. Ze verbieden iets.
- Gebodsborden (D): rond en blauw. Ze verplichten iets.
Een onderbord kan de betekenis aanvullen of beperken. Een verbod én een gebod kunnen van tevoren worden aangekondigd met hetzelfde bord en een onderbord met de afstand bij benadering tot waar het begint (art. 69.2 voor gebodsborden). Op het examen telt dus ook wat er onder het bord staat.
Toegang en voertuigen
C1: verboden richting voor iedere bestuurder. U mag deze weg niet inrijden vanaf deze kant.
C3: verboden toegang in beide richtingen voor iedere bestuurder.
C5: verboden voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen en motorfietsen met zijspan. Met het onderbord 'uitgezonderd 2+' of '3+' is de rijstrook enkel open voor voertuigen met minstens 2 of 3 inzittenden en voor het openbaar vervoer; andere bestuurders mogen ze enkel gebruiken om op- of af te rijden, om af te slaan of om een aanpalend eigendom te bereiken (art. 68.3).
- C6: verboden voor quads (motorvoertuigen met vier wielen, gebouwd voor onverhard terrein).
C7,
C9,
C11,
C13: verboden voor motorfietsen, bromfietsen, fietsen en gespannen (paard en kar).
C15 en
C19 gelden voor ruiters en voetgangers.
C22: verboden voor autocars.
C23: verboden voor voertuigen voor goederenvervoer; met een massa op het onderbord geldt het verbod enkel voor voertuigen met een maximaal toegelaten massa boven die waarde (art. 68.3).
C24a: verboden voor voertuigen met gevaarlijke goederen. C24b: enkel voor ontvlambare of ontplofbare stoffen. C24c: enkel voor verontreinigende stoffen (bijvoorbeeld bij een waterwingebied).
Richting: C3 zegt uitdrukkelijk 'in beide richtingen'. Een toegangsverbod met een voertuigsymbool (
C5,
C7,
C9...) staat aan het begin van de weg en geldt voor wie er in die rijrichting inrijdt; staat het alleen aan deze kant, dan mag u uit de andere richting wel komen.
Onderborden bij C1,
C3 en
C31 (art. 68.4): het onderbord
M2 ('uitgezonderd fietsers') is verplicht als het verbod niet voor fietsers geldt; zonder
M2 geldt het verbod dus ook voor fietsers. M3 ('uitgezonderd fietsers en bromfietsen klasse A') voegt de bromfietsen klasse A toe. Staat op M3 de letter A niet, dan geldt de uitzondering ook voor bromfietsen klasse B en speed pedelecs.
M11 voegt de speed pedelecs toe (fietsers en speed pedelecs), M12 fietsers, bromfietsen klasse A en speed pedelecs. Fietsers mogen dus in een eenrichtingsstraat tegen de richting in rijden als
C1 een onderbord
M2, M3,
M11 of M12 draagt.
'Uitgezonderd plaatselijk verkeer' onder C3 laat toe (art. 2.47): bewoners en hun bezoekers, leveringen, geregeld openbaar vervoer, voertuigen voor onderhoud en toezicht als hun opdracht dat rechtvaardigt, prioritaire voertuigen, fietsers en ruiters. Doorgaand verkeer mag er niet in.
Massa, afmetingen, afslaan, keren en inhalen
C21: verboden voor voertuigen waarvan de massa in beladen toestand (het werkelijke gewicht, MBT) hoger is dan de aangegeven massa.
C23,
C39 en
C43 met massa-onderbord kijken daarentegen naar de maximaal toegelaten massa (MTM) op het inschrijvingsbewijs.
C25,
C27,
C29: verboden voor voertuigen of combinaties waarvan de lengte, breedte of hoogte, lading inbegrepen, groter is dan de aangegeven waarde.
C31a en
C31b: verbod om aan het volgende kruispunt af te slaan in de richting van de pijl. Ook hier gelden de onderborden
M2, M3,
M11 en M12 voor fietsers en bromfietsers (art. 68.4, 2°).
C33: verbod om te keren, vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt.
C33 verbiedt alleen het keren; links afslaan blijft toegelaten.
C35: verbod om een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen, vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt of tot
C37.
C37 beëindigt dit verbod.
C39: hetzelfde verbod, maar enkel voor bestuurders van voertuigen voor goederenvervoer met een maximaal toegelaten massa boven 3.500 kg; een personenauto of autobus mag er dus wel inhalen.
C41 beëindigt het.
- ZC35 en ZC37 (vooral in Vlaanderen): hetzelfde inhaalverbod, maar zonaal; het geldt in de hele zone tot het eindbord, ook voorbij kruispunten.
Valkuil: bij C35 gaat het om het voertuig dat u inhaalt, niet om uw eigen voertuig.
C35 verbiedt elke bestuurder, ook een motorrijder, om een auto of gespan links in te halen. Een fiets of een tweewielige motorfiets mag u wel inhalen.
Snelheid en tot waar een verbod geldt
C43: maximumsnelheid. Ze geldt vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt, of tot een ander
C43-bord (met of zonder zone), of tot het begin of einde van een bebouwde kom, woonerf, erf of voetgangerszone. Met een zone (zonale geldigheid) geldt de snelheid in de hele zone. Met een massa op het onderbord geldt de beperking enkel voor voertuigen met een maximaal toegelaten massa boven die waarde (art. 68.3).
C45: einde van de snelheidsbeperking van
C43.
C46: einde van alle plaatselijke verboden voor rijdende voertuigen.
C43 met 30 boven bord
F1 (
F1a of
F1b) geldt voor alle openbare wegen in die bebouwde kom; dan staat
C45 boven
F3. In de bebouwde kom geldt anders 50 km/u, in Brussel standaard 30 km/u.
C33,
C35,
C39 en
C43 gelden vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt (art. 68.3);
C31 geldt voor het eerstvolgende kruispunt. Het examen vraagt vaak waar een verbod eindigt, dus leer de eindborden
C37,
C41,
C45 en
C46. Houd rekening met de snelheid per gewest: buiten de bebouwde kom 70 km/u in Vlaanderen en Brussel, 90 km/u in Wallonië, tenzij een
C43-bord iets anders zegt.
Gebodsborden D
D1: verplichting de door de pijl aangeduide richting te volgen. Staat de rechte pijl op een obstakel, dan moet u er langs de aangeduide kant voorbij rijden.
D3: u moet een van de richtingen volgen die de pijlen aanduiden.
D5: verplicht rondgaand verkeer, de rotonde.
D7: verplicht fietspad.
D9: deel van de weg bedoeld voor voetgangers, fietsers en bromfietsen klasse A.
D10: voor voetgangers en fietsers.
D11: verplicht pad voor voetgangers (voetpad).
D13: verplicht pad voor ruiters (ruiterpad).
Onderborden bij D1 (art. 69.4): het onderbord
M2 is verplicht als het gebod niet voor fietsers geldt; zij mogen dan wel een andere richting nemen. M3,
M11 en M12 werken zoals bij
C1: ook bromfietsen klasse A, speed pedelecs of beide zijn dan vrijgesteld. Bij
D7 bepalen de onderborden
M6 en
M7 (bromfietsen klasse B) en
M13 tot en met
M16 (speed pedelecs en bromfietsen klasse B) wie het fietspad moet of niet mag volgen.
Examenvalkuil F19 tegenover
D1:
F19 (blauw rechthoekig bord met witte pijl) is een aanwijzingsbord dat zegt dat de weg eenrichtingsverkeer heeft;
D1 (rond blauw bord) is een gebod dat u verplicht de pijlrichting te volgen. Bij
F19 mag u aan het volgende kruispunt nog kiezen, bij
D1 niet.
F21 betekent dat u een hindernis rechts of links mag voorbijrijden (art. 71.2). Zonder bord laat u zuilen en verkeersgeleiders links liggen, dus u rijdt er rechts voorbij; een vluchtheuvel ook, tenzij de behoeften van het verkeer rechtvaardigen dat u hem rechts laat (art. 9.6). Een
D1 op de hindernis legt de kant op.
Fietspad met bord of zonder bord
Een fietspad is het deel van de openbare weg bedoeld voor fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A, aangeduid door D7,
D9 of door wegmarkeringen. Het fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan.
Dit is dé examenvraag:
- Met bord
D7 (of
D9): fietsers en bromfietsers klasse A moeten het fietspad volgen zolang het bord voor hun rijrichting staat. Dat geldt ook als het links ligt. Alleen bij bijzondere omstandigheden moeten ze het niet volgen; dan rijden ze rechts op de rijbaan.
- Markering zonder bord: twee evenwijdige witte onderbroken strepen die een stuk weg afbakenen dat niet breed genoeg is voor autoverkeer. Ligt dit fietspad rechts, dan is het verplicht. Ligt het links, dan is het verboden.
Fietsers en bromfietsers klasse A mogen het verplichte fietspad verlaten om van richting te veranderen, om in te halen of om een hindernis te omzeilen.
Bromfietsers klasse B en speedpedelecs: bij een snelheidsbeperking tot 50 km/u of minder mogen zij het D7-fietspad of het gemarkeerde fietspad volgen, zonder anderen in gevaar te brengen. Bij een hogere beperking moeten zij het volgen als het aanwezig en bruikbaar is. Die basisregel geldt voor beide types. Alleen bij
D7 kunnen onderborden daarvan afwijken (art. 69.4):
M6 verplicht het fietspad voor bromfietsen klasse B,
M7 verbiedt het hun;
M13 verplicht het voor speed pedelecs, M14 voor bromfietsen klasse B én speed pedelecs; M15 verbiedt het voor speed pedelecs,
M16 voor bromfietsen klasse B én speed pedelecs.
Als automobilist mag u niet op een fietspad rijden, en stilstaan en parkeren is er verboden. Steekt u een fietspad over, dan moet u voorrang verlenen aan wie het fietspad volgt.
Begrippen
- Onderbord
- Een bijkomend bord onder het hoofdbord dat de betekenis aanvult of beperkt, zoals
M2 (uitgezonderd fietsers) of een massa bij
C23 en
C43.
- Plaatselijk verkeer
- Bewoners en hun bezoekers, leveringen, geregeld openbaar vervoer, onderhoud en toezicht, prioritaire voertuigen, fietsers en ruiters (art. 2.47).
- Zonale geldigheid
- Bij
C43, ZC35 en parkeerborden: het verbod geldt in de hele zone, ook voorbij kruispunten, tot het bord dat de zone beëindigt.
- MBT en MTM
- Massa in beladen toestand is het werkelijke gewicht (
C21); maximaal toegelaten massa is de waarde op het inschrijvingsbewijs (
C23,
C39, massa-onderbord bij
C43).
Veelgemaakte fouten
- Denken dat
C35 ook het inhalen van tweewielers (fiets, tweewielige motorfiets) verbiedt; het verbod geldt voor het links inhalen van gespannen en voertuigen met meer dan twee wielen, ook door een motorrijder.
- Vergeten dat het inhaalverbod
C35 tot en met het volgende kruispunt of tot
C37 loopt.
- Denken dat
C33 ook links afslaan verbiedt; het verbiedt alleen keren.
- Denken dat fietsers zonder onderbord
M2 toch tegen de richting in een
C1-straat mogen rijden; zonder
M2 geldt het verbod ook voor hen.
F19 (eenrichtingsverkeer, aanwijzing) verwarren met
D1 (verplichte richting, gebod).
- Denken dat een fietspad met
D7 enkel verplicht is als het rechts ligt, of dat een gemarkeerd fietspad links ook gevolgd mag worden.
C1 en
C3 verwarren:
C1 sluit één richting af,
C3 beide richtingen.
Check je begrip

U verlaat een parking en moet een fietspad met dit bord oversteken. Er nadert een fietser op het fietspad. Wie heeft voorrang?