← Alle lessen

Borden, markeringen en lichten

Gevaarsborden (A)

Een gevaarsbord is een driehoek met een rode rand en de punt naar boven. Het waarschuwt u voor een gevaar: u moet voorzichtiger rijden en uw snelheid aanpassen.

8 min lezen · 25 oefenvragen

Na deze les kan je

  • De gevaarsborden A herkennen en het aangekondigde gevaar benoemen.
  • Weten dat een gevaarsbord ongeveer 150 m voor het gevaar staat (A45 en A47 uitgezonderd) en wat een onderbord met afstand of lengte betekent.
  • Het juiste gedrag kiezen bij overwegen (A41, A43, A45, A47), sporen in de rijbaan (A49), versmallingen (A7, B19/B21) en voorrang van rechts (B17).
  • De overweglichten (rood knipperend, maanwit) en het bord F87 bij een verhoogde inrichting (A14) juist lezen: 30 km/u, niet inhalen, niet stilstaan of parkeren.

Borden in deze les

Wat is een gevaarsbord?

Alle borden van de A-reeks hebben dezelfde vorm: een driehoek met de punt naar boven, een rode rand en een symbool in het midden. Ze verbieden niets, maar ze waarschuwen. U moet uw snelheid en uw rijgedrag aanpassen aan het gevaar dat het symbool aankondigt.

De borden staan normaal rechts van de rijbaan. Als er geen plaats is, mag het bord boven de rijbaan hangen. Het bord mag herhaald worden waar het verkeer dat nodig maakt.

Op welke afstand staat het bord?

De regel in Vlaanderen en Brussel (art. 66.2): een gevaarsbord staat ongeveer 150 m voor de gevaarlijke plaats. De wegcode maakt daarbij geen aparte afstand voor binnen of buiten de bebouwde kom, of voor de autosnelweg. Voor Wallonië staat deze afstandsregel niet in dezelfde wegcodeartikelen; op het examen geldt ongeveer 150 m.

In bijzondere omstandigheden mag het bord dichterbij of verder staan. Dan staat er een onderbord met de afstand bij benadering, bijvoorbeeld 300 m. Het onderbord vertelt u dus hoever het gevaar nog is. Een onderbord met een lengte, met pijlen, geeft aan hoe lang het gevaarlijke stuk is.

Uitzondering: A45 en A47 (overweg) staan aan of vlak bij de overweg zelf, niet op 150 m. De andere overwegborden (A41 en A43) staan wel op ongeveer 150 m.

Staat het gevaarsbord op een bord F89 of F91 met getekende rijstroken, dan geldt het gevaar alleen voor de afgebeelde rijstrook; F89 kondigt het aan, F91 duidt het aan (art. 65.4 en 71.2).

De borden die u moet kennen

  • A1a/A1b: gevaarlijke bocht naar links of rechts. A1c/A1d: dubbele bocht of meer dan twee bochten, de eerste naar links of rechts.
  • A3: gevaarlijke daling. A5: steile helling.
  • A7a, A7b, A7c: rijbaanversmalling aan beide kanten (A7a), aan de linkerkant (A7b) of aan de rechterkant (A7c). Het bord regelt geen voorrang; dat doen B19 en B21.
  • A9: beweegbare brug. A11: uitweg op een kaai of oever.
  • A13: uitholling of ezelsrug. A14: verhoogde inrichting (bijvoorbeeld een verkeersdrempel); aan de inrichting zelf staat F87.
  • A15: glibberige rijbaan (een onderbord vermeldt ijzel of sneeuw). A17: kiezelprojectie. A19: vallende stenen. A37: zijwind.
  • A21: oversteekplaats voor voetgangers. A23: plaats waar speciaal veel kinderen komen. A25: oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen, of plaats waar die bestuurders van een fietspad op de rijbaan komen.
  • A27: doortocht van groot wild. A29: doortocht van vee.
  • A31: werken. A33: verkeerslichten. A35: overtocht van vliegtuigen op geringe hoogte. A50: file.
  • A39: verkeer in twee richtingen na een stuk eenrichtingsverkeer.
  • A41: overweg met slagbomen. A43: overweg zonder slagbomen. A45: overweg voor enkel spoor. A47: overweg voor twee of meer sporen. A49: kruising van de weg door sporen in de rijbaan (bijvoorbeeld een tram).
  • A51: gevaar zonder eigen symbool. Een onderbord zegt welk gevaar het is.

Deze lijst is een selectie van de belangrijkste borden uit art. 66.4.

Overwegen en sporen: A41 tot A49

Bij een overweg moet u dubbel voorzichtig zijn (art. 20.2). Zonder slagbomen of lichten, of als de lichten niet werken, rijdt u pas verder als u zeker weet dat er geen trein of tram nadert.

U mag zich niet op de overweg begeven (art. 20.3):

  • als de slagbomen in beweging of gesloten zijn;
  • als de rode knipperlichten branden;
  • als het geluidssein werkt.

Dat negeren is een overtreding van de vierde graad.

De lichten aan een overweg hebben hun eigen betekenis (art. 64). Twee beurtelings knipperende rode lichten verbieden alle weggebruikers, ook voetgangers, de stopstreep voorbij te rijden (art. 64.2). Een knipperend maanwit licht betekent dat u de overweg mag oversteken (art. 64.3); het is geen stopbevel, maar u blijft dubbel voorzichtig. In Wallonië gelden twee beurtelings knipperende rode lichten overal, niet alleen aan overwegen.

Op een overweg met A45 of A47 zonder slagbomen of lichten mag u bovendien niet links inhalen (art. 17.1.10), en stilstaan of parkeren op een overweg is verboden (art. 24). Rijd ook nooit een overweg op als het verkeer zo stilstaat dat u er waarschijnlijk moet stoppen (art. 20.4): wacht voor de overweg tot er aan de overkant plaats is.

A41 en A43 zeggen of er slagbomen zijn. A45 en A47 zeggen alleen hoeveel sporen er zijn: één, of twee of meer. Het gedrag is hetzelfde. A49 is geen overweg maar waarschuwt voor sporen in de rijbaan, zoals een tramspoor: let op voor de sporen, vooral als fietser of motorrijder. Spoorvoertuigen, zoals een tram, hebben voorrang (art. 12.1).

Verhoogde inrichting: A14 en F87

A14 is een gevaarsbord: het kondigt op ongeveer 150 m een verhoogde inrichting aan, zoals een verkeersdrempel of een verkeersplateau. Aan de inrichting zelf staat F87, een blauw vierkant bord met het symbool van de drempel (art. 71.2). F87 is geen gevaarsbord maar een aanwijzingsbord: het zegt dat u er nu bent.

Over een verhoogde inrichting rijdt u hoogstens 30 km/u als ze is aangekondigd met A14 en F87, op een kruispunt als ze is aangekondigd met A14 alleen, of als ze in een zone 30 (F4a tot F4b) ligt (art. 22ter.1). Op de inrichting zelf mag u niet links inhalen (art. 17.2, 7°); een fietser inhalen mag wel, want het verbod van art. 17.2 slaat niet op fietsers. Stilstaan en parkeren op een verhoogde inrichting is verboden, behalve bij een plaatselijke regeling (art. 24, 11°).

Versmalling en voorrang van rechts

A7 (a, b en c) waarschuwt voor een rijbaanversmalling. Het bord zegt niet wie voorrang heeft. Dat staat op andere borden: B19 betekent dat u voorrang verleent aan tegenliggers, B21 betekent dat u voorrang hebt. Zonder die borden: pas uw snelheid aan en vertraag, indien nodig tot stilstaan, zodat tegemoetkomende weggebruikers kunnen doorrijden (art. 15.2).

Verdwijnt een rijstrook bij druk verkeer? Dan geldt het ritsen (art. 12bis): u voegt pas vlak voor de versmalling in, en de bestuurders op de doorlopende strook laten beurtelings één voertuig invoegen.

B17 waarschuwt voor een kruispunt met voorrang van rechts. Het is geen A-bord, maar het hoort bij dit thema. De regel van art. 12.3.1 geldt ook zonder bord: u verleent voorrang aan de bestuurder die van rechts komt, behalve op een rotonde of als die van rechts uit een verboden rijrichting komt. Wie uit een weg met B1 of B5 komt, of uit een aardeweg of pad, verleent voorrang aan iedereen op de weg die hij oprijdt. Staat onder B17 het onderbord M9 (fietsers) of M10 (fietsers en bromfietsers), dan rijden zij in beide richtingen op de dwarsweg: kijk ook naar links (art. 67.4, 1°). Op een kruispunt met voorrang van rechts mag u niet links inhalen (art. 17.2, 2°).

Begrippen

Gevaarsbord
Driehoekig bord (A-reeks) dat een gevaar aankondigt.
Onderbord
Bord onder een ander bord dat een afstand, lengte of aard van het gevaar vermeldt.
Overweg
Plaats waar een weg een spoorweg kruist; aangekondigd door A41/A43 en gemarkeerd door A45/A47.
Verhoogde inrichting
Drempel of plateau in de rijbaan, aangekondigd door A14 en aangeduid door F87: max. 30 km/u (art. 22ter).
Maanwit licht
Knipperend wit licht aan een overweg dat betekent dat u mag oversteken (art. 64.3).
Ritsen
Beurtelings invoegen vlak voor een versmalling bij vertraagd verkeer (art. 12bis).

Veelgemaakte fouten

  • F87 voor een gevaarsbord houden: het is het blauwe aanwijzingsbord aan de verhoogde inrichting zelf; A14 is het gevaarsbord op afstand.
  • Een knipperend maanwit licht aan een overweg lezen als een stopbevel: het betekent dat u mag oversteken.
  • Denken dat een gevaarsbord een verbod is: het waarschuwt alleen.
  • A7 lezen als voorrangsbord: de voorrang volgt uit B19, B21 of uit de algemene regels.
  • Een overweg oprijden in een file, terwijl u er kunt blijven staan.
  • A45/A47 verwarren met een stopplicht: u stopt alleen bij slagbomen, rode lichten of geluidssein, of als er een trein nadert.

Check je begrip

Vraag 1 van 50 juist
Een gevaarsbord met een rechthoekig onderbord op dezelfde paal.
Foto
Situatie: Een gevaarsbord met een rechthoekig onderbord op dezelfde paal.

Onder een gevaarsbord hangt een onderbord met de vermelding 300 m. Wat betekent dat?