Bestuurder, voertuig en omstandigheden
Milieu en zuinig rijden
Zuinig rijden spaart geld, vermindert uitstoot en maakt u veiliger. Hier leert u de rijtechniek, wat een lage-emissiezone is, welke brandstof het minst vervuilt en welke gewoontes uw verbruik verhogen.
8 min lezen · 25 oefenvragen
Na deze les kan je
- De principes van defensief en zuinig rijden toepassen: vooruitkijken, vroeg schakelen, motorrem gebruiken.
- Weten wat een lage-emissiezone (LEZ) is, waar die geldt en welke borden ze aanduiden (
F117 en
F118).
- De brandstoffen rangschikken naar milieuvriendelijkheid en uitleggen wat de katalysator doet.
- Het effect van bandenspanning, dakkoffer, fietsenrek, luchtfilter, airco, korte ritten en stationair draaien op het verbruik uitleggen.
- Het STOP-principe toepassen bij de keuze van een vervoermiddel.
Borden in deze les
Waarom zuinig en defensief rijden samenhoren
Wie rustig en vooruitziend rijdt, verbruikt minder brandstof, stoot minder CO2 en fijn stof uit en heeft minder kans op een ongeval. Zuinig rijden is dus bijna altijd ook defensief rijden.
Zuinig rijden betekent vooruit denken, kalm rijden en geen onnodige handelingen. Het hoort bij het examenprogramma: in het theorie-examen komen vragen voor over zuinig rijden (bijvoorbeeld over toerental, bandenspanning en dakkoffer), en op het praktijkexamen let de examinator op vooruitziend rijden. Raadpleeg het examenprogramma van uw rijschool of vlaanderen.be voor de precieze eisen.
Zuinig rijden betekent niet dat u het andere verkeer ophoudt. U blijft binnen de toegelaten snelheid (die verschilt per gewest en per plaats) en rijdt met het verkeer mee, zodat het verkeer kan blijven doorrijden.
De techniek: vooruitkijken, vroeg schakelen, motorrem
- U kijkt ver vooruit. Ziet u een rood licht, een file of een kruispunt, dan laat u het gas los en laat u de auto uitrollen in plaats van laat te remmen.
- U houdt voldoende afstand. Met ruimte voor u hoeft u minder te remmen en weer te versnellen. Elke keer afremmen en opnieuw optrekken kost brandstof.
- U schakelt vroeg op. U rijdt niet te lang in een lage versnelling met hoge toerentallen. Als richtlijn schakelt u op bij ongeveer 2.000 tot 2.500 toeren (benzine) en 1.500 tot 2.000 toeren (diesel). Dit is een richtlijn, geen regel: volg de aanbeveling van de fabrikant in het boekje van uw auto.
- U kiest een hoge versnelling bij constante snelheid. Een lager toerental betekent minder verbruik en minder lawaai.
- U gebruikt de motorrem. Haalt u het gas los terwijl de auto in versnelling blijft, dan verbruikt een moderne motor vrijwel geen brandstof en remt de auto zacht af. Terugschakelen doet u pas als het nodig is.
- Bij een lange of sterke daling (bergaf) schakelt u wel terug en gebruikt u de motorrem. Zo spaart u de remmen: bij continu remmen kunnen ze oververhit raken en minder goed werken.
- U zet de auto niet in neutraal om uit te rollen. Dat bespaart niets en u hebt minder controle over de snelheid, zeker bergaf.
- U rijdt gelijkmatig en niet te snel. De luchtweerstand stijgt met het kwadraat van de snelheid: twee keer zo snel rijden betekent vier keer zoveel luchtweerstand. Daarom stijgen verbruik en uitstoot sterk met de snelheid, vooral boven 100 km/u.
Lage-emissiezone (LEZ)
Een lage-emissiezone is een gebied waar de oudste en meest vervuilende voertuigen niet mogen rijden. Zo wil men de luchtkwaliteit in steden verbeteren. Of u mag binnenrijden, hangt af van de brandstof en de Euronorm van uw voertuig.
In België bestaan LEZ's in het Brussels Gewest en, in Vlaanderen, in Antwerpen en Gent. Wallonië heeft geen LEZ. Het hele Brussels Gewest is één zone. Elk gewest of elke stad bepaalt zelf welke voertuigen binnen mogen; in Brussel zijn de regels strenger dan in Antwerpen en Gent. De regels verschillen dus per gewest (Brussel, Vlaanderen, Wallonië).
Het begin van een lage-emissiezone wordt aangeduid met bord F117, het einde met bord
F118 (art. 71). Camera's die nummerplaten automatisch lezen controleren de zones. U moet zelf nagaan of uw voertuig binnen mag: dat hangt af van de brandstof en de Euronorm, die op het inschrijvingsbewijs staat. Een sticker of milieuvignet is niet nodig. Wie zonder toelating binnenrijdt, riskeert een boete. Voor buitenlandse voertuigen gelden vaak een registratie of een toegangsbewijs.
Controleer vóór een rit naar een stad altijd de actuele regels op de website van de stad of het gewest. Onthoud vooral het doel, het principe (vervuilende voertuigen geweerd), de borden F117 en
F118, en dat het een stedelijk gebied is.
Brandstoffen en katalysator
Bord F63 duidt een tankstation aan. De pictogrammen op het bord tonen welke brandstoffen er te krijgen zijn: benzine en diesel, LPG, CNG, LNG, waterstof en elektriciteit (laadpunt).
Niet elke brandstof vervuilt evenveel. Van milieuvriendelijk naar vervuilend: LPG en CNG, dan benzine, dan zwavelarme diesel en ten slotte gewone diesel. Diesel stoot per liter meer fijn stof en stikstofoxiden (NOx) uit; daarom zijn de LEZ-regels voor dieselwagens strenger.
De katalysator zit in de uitlaat en zet schadelijke stoffen om in minder schadelijke: hij verwijdert stikstofoxiden (NOx), koolstofmonoxide (CO) en onverbrande koolwaterstoffen uit de uitlaatgassen. Hij werkt pas goed als hij op temperatuur is. Bij korte ritten met een koude motor werkt de katalysator nog niet en verbruikt de motor het meest; zulke ritten zijn per kilometer het meest vervuilend.
Wat uw verbruik verhoogt
- Te lage bandenspanning: de band vervormt meer, de rolweerstand (de weerstand van de band op de weg) stijgt en het verbruik gaat omhoog. Het verlengt ook de remafstand en slijt de band sneller. Controleer de spanning elke maand en voor een lange rit, met koude banden, volgens het boekje van uw auto. Stikstof in de banden is niet nodig; gewone lucht volstaat. Vergeet het reservewiel niet, als uw auto er een heeft.
- Dakkoffer, dakdragers of fietsen op het dak: ze verhogen de luchtweerstand, zeker bij hoge snelheid. Het verbruik kan merkbaar stijgen, bij een dakkoffer op de snelweg soms met meer dan 10 procent. Haal ze eraf als u ze niet gebruikt. Fietsen vervoert u zuiniger op een rek achteraan (op de trekhaak) dan op het dak.
- Extra gewicht: een kofferbak vol onnodige spullen kost brandstof, omdat de auto meer massa heeft om te versnellen.
- Een vuile luchtfilter: de motor krijgt te weinig lucht en verbruikt meer. Laat de filter vervangen volgens het onderhoudsschema.
- Korte ritten met koude motor: een koude motor verbruikt veel meer dan een warme en de katalysator werkt nog niet. Combineer korte ritten of ga te voet of met de fiets.
- Airco: ze verbruikt extra energie, vooral in de stad en bij lage snelheid. Gebruik ze alleen als het nodig is. Bij hoge snelheid is een open raam geen voordeel, want dat verhoogt de luchtweerstand.
- Stationair draaien: een draaiende motor bij stilstand verbruikt brandstof zonder dat u vooruitkomt. Als vuistregel zet u de motor af als u langer dan ongeveer een minuut stilstaat, bijvoorbeeld tijdens het wachten bij een gesloten brug of als u iemand oppikt. Dit is een vuistregel, geen wettelijke regel, en alleen als u de motor veilig kunt herstarten. Een start-stopsysteem doet dat automatisch.
- Een motor opwarmen in stilstand is nutteloos. Rijd rustig weg.
Het STOP-principe en hoeveel het scheelt
De zuinigste kilometer is de kilometer die u niet met de auto rijdt. Het STOP-principe rangschikt de vervoerswijzen in volgorde van voorkeur: eerst Stappen, dan Trappen (fietsen), dan Openbaar vervoer en pas dan de Personenwagen. Als vuistregel gaat u tot ongeveer 1 km te voet, neemt u van 1 tot 10 km de fiets en kiest u voor langere afstanden het openbaar vervoer. De auto gebruikt u als het echt niet anders kan, liefst met meerdere inzittenden (carpoolen).
De precieze besparing van zuinig rijden hangt af van uw auto, de snelheid, het weer en de rit. Als orde van grootte: een te lage bandenspanning kost enkele procenten, de airco enkele procenten of meer (vooral in de stad) en een dakkoffer kan veel meer kosten, vooral op de snelweg. Rijstijl heeft vaak het grootste effect: vooruitkijken en gelijkmatig rijden bespaart al snel merkbaar brandstof.
Begrippen
- LEZ
- Lage-emissiezone: stedelijk gebied waar voertuigen met te veel uitstoot niet mogen rijden; begin
F117, einde
F118.
- Euronorm
- Europese norm die de maximale uitstoot van een voertuig bepaalt; hoe hoger het cijfer, hoe schoner.
- Katalysator
- Onderdeel in de uitlaat dat NOx, CO en onverbrande koolwaterstoffen omzet in minder schadelijke stoffen.
- Motorrem
- Afremmen door het gas los te laten terwijl de versnelling ingeschakeld blijft.
- Stationair draaien
- De motor laten draaien terwijl het voertuig stilstaat.
- Anticiperen
- Vooruit denken en kijken, zodat u op tijd reageert.
- Rolweerstand
- De weerstand die banden ondervinden op de weg; hoger bij een te lage bandenspanning.
- STOP-principe
- Volgorde van voorkeur bij de keuze van een vervoermiddel: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Personenwagen.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat uitrollen in neutraal brandstof bespaart.
- Te laat remmen en dan opnieuw optrekken in plaats van vooruit te kijken.
- Een dakkoffer laten staan na de vakantie, of fietsen op het dak zetten als een rek achteraan kan.
- De bandenspanning niet controleren, of ze meten met warme banden.
- De motor laten draaien tijdens het wachten of opwarmen.
- Diesel als de schoonste brandstof zien: LPG, CNG en benzine stoten minder fijn stof en NOx uit.
- De borden van de lage-emissiezone (
F117 begin,
F118 einde) verwarren met een gewone zone-aanduiding.
Check je begrip

U moet vandaag verschillende boodschappen doen. Wat is het zuinigst?