Rijbewijs D1E · les 9 van 11
Rijden met een lang en breed voertuig
Een bus is langer en breder dan een personenwagen en beweegt anders in bochten. Deze les gaat over bochten, dode hoeken, rotondes en defensief rijden. Op het examen let de examinator specifiek op of u rekening houdt met de lengte van uw voertuig.
4 min lezen · 12 checkvragen
Na deze les kan je
- Uitleggen hoe een bus in bochten beweegt (draaicirkel, voorsprong en achterzwaai).
- Uw plaats op de weg en uw spiegelgebruik aanpassen aan een lang voertuig.
- Dode hoeken, kruispunten, rotondes en beperkte doorgangen veilig aanpakken.
Borden in deze les
Bochten: voorsprong en achterzwaai
Als een bus een bocht neemt, volgt de achterkant een kleinere cirkel dan de voorkant. Daardoor snijdt het achterste deel van de bus de bocht af. Bij het insturen zwaait de achterzijde bovendien naar buiten, naar de kant tegenover de bocht. Dat heet achterzwaai.
- Rij een bocht rechts wat verder door vóór u insturen, zodat de achterkant de stoeprand niet raakt.
- Let op bij het insturen op fietsers en voetgangers aan de binnenkant.
- Kijk naar de achterzijde van uw bus in de spiegel tijdens het bochtnemen.
Wie te vroeg stuurt, rijdt over de stoep of raakt een paal, een geparkeerde auto of een fietser.
Dode hoeken en spiegels
Een bus heeft grote dode hoeken: rechts naast de bus, vlak vóór de voorbumper en achter het voertuig. U ziet daar fietsers, voetgangers en kinderen niet in uw spiegels.
- Stel uw spiegels in vóór het vertrek.
- Kijk vóór een bocht naar rechts altijd in de rechterspiegel, ook als u nog niets ziet.
- Wacht en laat fietsers voorbijrijden als u niet zeker bent.
- Gebruik camera's of dodehoekspiegels als uw bus daarmee is uitgerust. Blijf ook dan zelf kijken.
De B-regels over fietsers rechts naast een afslaand voertuig gelden voor u nog sterker. U slaat nooit af met een fietser naast of vlak voor u in uw dode hoek.
Plaats op de weg, kruispunten en rotondes
Voor het kiezen van de rijstrook geldt wat u uit de B-cursus kent. Een lange bus heeft wel meer ruimte nodig om te draaien. Houd daar vooraf rekening mee.
- Kies op tijd de juiste rijstrook; een bus kan niet plots van strook veranderen.
- Houd rechts, maar zonder de stoep of bermen te raken.
- Neem kruispunten en rotondes aan matige snelheid; de middelpuntvliedende kracht schuift staande reizigers heen en weer.
- Op een rotonde heeft een lange bus meer ruimte nodig. Wees extra alert voor voertuigen naast u en gebruik uw richtingaanwijzers tijdig.
Smalle straten, geparkeerde auto's en verkeersdrempels vragen extra aandacht. Reken ook op de hoogte van uw voertuig bij viaducten, bomen en bushaltes met afdak. C29 verbiedt te hoge voertuigen.
Defensief en energiezuinig rijden
Het praktijkexamen beoordeelt uw rijvaardigheid, uw houding tegenover het materieel en uw veiligheid. De examinator let op defensief en energie-efficiënt rijden, ruimte voor de lengte van uw voertuig, voorrang en plaats op de weg.
- Kijk ver vooruit en laat het voertuig uitrollen als u een rood licht ziet.
- Houd veel afstand en rem vroeg.
- Gebruik de motorrem of retarder als uw bus die heeft, om de remmen te sparen.
- Rijd rustig weg en vermijd plotse stuurbewegingen.
Bij zijwind reageert een bus als een zeil. Houd het stuur stevig vast en vertraag.
Begrippen
- Achterzwaai
- Het uitzwaaien van de achterkant van een voertuig in een bocht.
- Draaicirkel
- De cirkel die het voertuig beschrijft bij volle stuuruitslag.
- Retarder
- Extra rem, naast de gewone remmen, die de motor of transmissie gebruikt.
- Dode hoek
- Zone waar u andere weggebruikers in uw spiegels niet ziet.
Veelgemaakte fouten
- Te vroeg insturen en over de stoep rijden.
- Niet kijken naar de achterzijde van de bus tijdens het bochtnemen.
- Te snel een rotonde nemen met staande reizigers aan boord.
Check je begrip
Hoe neemt u een rotonde met staande reizigers aan boord?