← Cursus Rijbewijs D

Rijbewijs D · les 8 van 12

Bushalte, busstrook en voorrang

Aan een halte komen bus, reizigers, fietsers en auto's samen. Deze les behandelt de voorrang bij het vertrek uit een halte, het stilstaan bij een halte, de busstrook en de regels voor schoolbussen.

4 min lezen · 15 checkvragen

Na deze les kan je

  • De voorrangsregel bij het vertrek uit een halte binnen de bebouwde kom toepassen (art. 39).
  • Weten wanneer u als bestuurder van een bus voorrang hebt en wanneer niet.
  • Busstroken, bijzondere beddingen en de nieuwe regels vanaf 1/6/2027 herkennen.

Borden in deze les

Vertrek uit de halte (art. 39)

In de bebouwde kom laat u een autobus (lijnbus) of trolleybus die dezelfde richting uitgaat vertrekken zodra hij zijn richtingaanwijzer aanzet. U vertraagt en stopt zo nodig. Dat is artikel 39 van de wegcode.

Deze regel kent beperkingen:

  • Ze geldt niet buiten de bebouwde kom.
  • Ze geldt niet voor tegenliggers.
  • De wegcode noemt enkel de autobus en de trolleybus. Voor een autocar of een schoolbus rekent u er niet op.

Als bestuurder van een lijnbus mag u in de bebouwde kom dus vertrekken zodra u de richtingaanwijzer aanzet. Kijk toch eerst of de andere bestuurders werkelijk vertragen: de regel is een voorrang, geen vrijbrief.

Buiten de bebouwde kom verleent u zelf voorrang aan het verkeer op de rijbaan. Met een autocar rekent u er niet op dat anderen u laten vertrekken.

Aan en bij de halte

Langs een stilstaande bus waar reizigers in- of uitstappen, vertraagt u (art. 40.3.1). Stopt een bus aan een halte zonder vluchtheuvel en rijdt u aan de kant waar de reizigers in- en uitstappen, dan stopt u tot ze veilig het trottoir of de berm hebben bereikt. Daarna vertrekt u met matige snelheid (art. 40.3.2).

Als bestuurder van een bus laat u de reizigers veilig in- en uitstappen en rijdt u pas weg als de deuren dicht zijn. Op 15 m aan weerszijden van het bord van een bushalte mag niemand parkeren (art. 25.1). Even stilstaan om reizigers te laten in- of uitstappen is een ander geval dan parkeren.

Busstrook en bijzondere bedding

Een busstrook (bord F17) hoort niet bij de rijbaan. Daar rijdt het openbaar vervoer. Andere voertuigen, zoals taxi's, fietsen en schoolvervoer, mogen er enkel rijden als het symbool of een onderbord dat toelaat (art. 72.5).

Andere bestuurders mogen de strook enkel oversteken om vlak voor een kruispunt af te slaan of om een eigendom of parkeerplaats te bereiken. Een bijzondere overrijdbare bedding (bord F18) is voorbehouden aan geregeld openbaar vervoer (art. 72.6).

De nieuwe Code van de openbare weg, die op 1 juni 2027 in werking treedt, verbiedt stilstaan op busstroken. Op een busstrook mag een ander voertuig dan alleen van strook veranderen waar de streep onderbroken is (mobilit.belgium.be). Tot dan geldt de huidige wegcode.

Schoolbussen en trams

Een schoolbus herkent u aan een geel bord van minstens 0,40 m vooraan en achteraan. Werken al zijn richtingaanwijzers tegelijk, dan vertragen anderen sterk en stoppen zo nodig, omdat er kinderen in- of uitstappen (art. 39bis).

Trams hebben voorrang (art. 12.1). Als bestuurder van een bus laat u een tram vrij en blokkeert u de sporen niet. Houd bij een halte met tram rekening met de reizigers die tussen bus en tram oversteken.

Begrippen

Lijnbus
Bus voor geregeld vervoer van reizigers, met vaste haltes.
Busstrook
Strook voor openbaar vervoer, aangeduid met bord F17 en het opschrift BUS.
Vluchtheuvel
Verhoogd eiland aan een halte waar reizigers veilig wachten.

Veelgemaakte fouten

  • Art. 39 ook toepassen buiten de bebouwde kom of voor tegenliggers.
  • Een busstrook gebruiken als gewone rijstrook.
  • Parkeren binnen 15 m van het bord van een bushalte.

Check je begrip

Bushalte, busstrook en voorrangVraag 1 / 5

Wat duidt dit bord aan?