← Cursus Rijbewijs DE

Rijbewijs DE · les 5 van 11

Rij- en rusttijden

Moe zijn achter het stuur van een bus is gevaarlijk voor al uw reizigers. Daarom beperkt Europa hoe lang u mag rijden en hoeveel u moet rusten. Deze les geeft de getallen en laat zien hoe u ze toepast.

3 min lezen · 19 checkvragen

Na deze les kan je

  • De maximale rijtijden per dag, per week en per twee weken kennen.
  • De pauze na 4,5 uur rijden en de dagelijkse en wekelijkse rust toepassen.
  • Weten voor welke voertuigen en diensten de regels gelden.

Waarom en voor wie

Verordening (EG) 561/2006 bepaalt de rij- en rusttijden voor bestuurders van onder meer bussen. Ze geldt voor voertuigen die gebouwd of aangepast zijn om meer dan negen personen te vervoeren, de bestuurder inbegrepen. Een minibus voor negen passagiers (tien personen met de bestuurder) valt er dus onder, een voertuig voor negen personen met de bestuurder niet.

Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde geregelde diensten van korte afstand. Dat uw bus onder de uitzondering valt, moet u wel zeker weten. Anders geldt de regel gewoon.

Rijtijd

  • Dagelijks maximum: 9 uur rijden. Twee keer per week mag dat 10 uur zijn.
  • Wekelijks maximum: 56 uur rijden.
  • Over twee opeenvolgende weken samen: hoogstens 90 uur.

Rijtijd is de tijd dat u effectief rijdt. Wachten, laden, vragen beantwoorden of het voertuig controleren is geen rijtijd, maar het is ook geen rust. Het wordt op de tachograaf als ander werk of beschikbaarheid geregistreerd.

Pauze na 4,5 uur

Na 4,5 uur rijden neemt u een onderbreking van minstens 45 minuten. U mag die splitsen in een eerste deel van minstens 15 minuten en een tweede deel van minstens 30 minuten, in die volgorde.

Tijdens de pauze mag u geen ander werk doen. Rust is rust. Een pauze van 20 minuten volstaat dus nooit als enige onderbreking.

Voorbeeld: u rijdt 3 uur, pauzeert 15 minuten, rijdt nog 1,5 uur en pauzeert dan 30 minuten. Zo hebt u na 4,5 uur rijden de 45 minuten rust genomen.

Dagelijkse en wekelijkse rust

  • Normale dagelijkse rust: minstens 11 uur.
  • Verkorte dagelijkse rust: minstens 9 uur. Dat mag hoogstens drie keer tussen twee wekelijkse rusten.
  • Normale wekelijkse rust: minstens 45 uur.
  • Verkorte wekelijkse rust: minstens 24 uur.

Een tekort bij een verkorte wekelijkse rust moet u later inhalen. De exacte regels voor wanneer en hoe dat gebeurt, zijn technisch. Voor het examen volstaat het dat u de basisgetallen kent.

Een nieuwe verordening (2024/1258) voorziet extra flexibiliteit voor ongeregeld personenvervoer. De details zijn hier niet geverifieerd. Houd u voor het examen aan de getallen hierboven.

Begrippen

Rijtijd
De tijd dat u effectief met het voertuig rijdt.
Onderbreking
Pauze na 4,5 uur rijden, minstens 45 minuten.
Dagelijkse rust
Periode van minstens 11 uur waarin u vrij over uw tijd beschikt.
Wekelijkse rust
Periode van minstens 45 uur, of verkort minstens 24 uur.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat wachten of laden als pauze telt.
  • De pauze in de verkeerde volgorde splitsen (eerst 30 dan 15 minuten).
  • Rijtijd en werktijd door elkaar halen.
  • Dagelijkse rust van 9 uur als gewone rust beschouwen: dat is de verkorte rust.

Check je begrip

Rij- en rusttijdenVraag 1 / 5

Hoeveel uur mag u per dag gewoonlijk hoogstens rijden?