← Cursus Rijbewijs D1

Rijbewijs D1 · les 4 van 12

Vervoer en veiligheid van reizigers

Als buschauffeur vervoert u mensen die u niet kent en die op u vertrouwen. Deze les behandelt de controles voor het vertrek, rijden met zittende en staande reizigers, bijzondere reizigers en wat u doet bij een incident.

4 min lezen · 14 checkvragen

Na deze les kan je

  • Uw verantwoordelijkheid voor de reizigers kennen en weten wat u doet vóór het vertrek.
  • Uw rijstijl afstemmen op comfort en staande reizigers.
  • Weten hoe u reageert bij een ongeval, een evacuatie of een brand.

Vóór het vertrek

Het examen vraagt dat u weet wat u controleert voordat u wegrijdt. Reizigers die instappen, vertrouwen erop dat het voertuig in orde is.

  • Alle deuren sluiten correct en de reizigers zijn ingestapt.
  • Ramen en nooduitgangen zijn dicht en vrij van bagage.
  • Gordels werken en zijn bereikbaar waar ze aanwezig zijn.
  • Brandblussers en eerstehulpmateriaal zijn aanwezig en bereikbaar.
  • Bagage is stevig opgeborgen en blokkeert geen gang of uitgang.

Waar een zitplaats een gordel heeft, draagt de reiziger die tijdens het rijden. Als bestuurder zorgt u ervoor dat reizigers dat weten. Op de zitplaats van de bestuurder past u gordel, spiegels, zithouding en hoofdsteun aan voordat u vertrekt.

Comfort en staande reizigers

In een autobus met staanplaatsen staan reizigers rechtop zonder gordel. Een autocar vervoert enkel zittende reizigers. In beide gevallen bepaalt uw rijstijl of de reizigers veilig en comfortabel aankomen.

  • Trek zacht op en rem vroeg en geleidelijk.
  • Neem bochten en rotondes trager dan met een personenwagen.
  • Rij pas weg als iedereen zit of zich kan vasthouden.
  • Houd ruime afstand, zodat u nooit plots hard moet remmen.

Een harde noodstop kan staande reizigers doen vallen. Voorkom dat door vooruit te kijken. Op het praktijkexamen let de examinator op een energiezuinige en defensieve rijstijl.

Bijzondere reizigers

Niet alle reizigers zijn gelijk. Kinderen, ouderen en mensen met een beperkte mobiliteit vragen extra aandacht.

  • Laat reizigers rustig instappen en uitstappen en rijd pas weg als iedereen veilig zit.
  • Gebruik de voorzieningen voor rolstoelen volgens de handleiding van uw voertuig.
  • Kinderen vervoert u met de beveiliging die de regels voor uw type voertuig vragen. Controleer dat vóór de rit.
  • Stop om reizigers uit te laten stappen op een veilige plaats en niet midden op de rijbaan.

Schoolbussen hebben een geel bord vooraan en achteraan. Als bij een schoolbus alle richtingaanwijzers knipperen, stappen kinderen in of uit. Andere bestuurders vertragen dan sterk en stoppen zo nodig.

Alcohol aan het stuur

Voor bestuurders van een voertuig waarvoor rijbewijs C of D nodig is, geldt een strengere alcoholgrens dan voor gewone bestuurders: 0,2 promille in het bloed, of 0,09 mg per liter uitgeademde lucht (art. 34, § 3 wegverkeerswet). Een buschauffeur met 0,3 promille tijdens zijn dienst is dus strafbaar. Voor gewone bestuurders is de grens 0,5 promille (0,22 mg/l).

Ongeval, evacuatie en brand

Bij een incident beschermt u eerst uw reizigers. Een vaste volgorde helpt u rustig te blijven.

  • Stop op een veilige plaats, trek de handrem aan en zet de motor af.
  • Zet de alarmknipperlichten aan en plaats de gevarendriehoek op de juiste afstand.
  • Laat reizigers indien nodig uitstappen via de deuren of nooduitgangen, weg van het verkeer, bijvoorbeeld achter een vangrail.
  • Bel 112 en verleen eerste hulp. Niets doen na een ongeval met gewonden is een overtreding.

Bij een beginnende brand gebruikt u de brandblusser enkel als dat veilig kan. Staat het voertuig al in vlammen, dan evacueert u eerst alle reizigers en waarschuwt u zo snel mogelijk de hulpdiensten via 112.

Begrippen

Nooduitgang
Raam of deur voor evacuatie bij een noodgeval; moet altijd vrij blijven.
Staanplaats
Plaats voor een rechtstaande reiziger, enkel in een autobus.
Evacuatie
Reizigers snel en veilig uit het voertuig laten stappen.

Veelgemaakte fouten

  • Wegrijden terwijl reizigers nog rechtop staan zonder houvast.
  • Bij een ongeval eerst van alles proberen zonder het voertuig en de plaats te beveiligen.
  • Bagage voor een nooduitgang of in de gang laten staan.

Check je begrip

Vervoer en veiligheid van reizigersVraag 1 / 5

Waar laat u reizigers uitstappen als u niet aan een halte staat?