← Cursus Rijbewijs BE

Rijbewijs BE · les 7 van 7

Rijden met een samenstel op de openbare weg

Een samenstel is langer, zwaarder en minder wendbaar dan een auto. U leert hoe u bochten neemt, afstand houdt, inhaalt, remt en reageert op slingeren, en wat de examinator tijdens de proef van 25 minuten ziet.

4 min lezen · 9 checkvragen

Na deze les kan je

  • Bochten nemen met rekening voor de lengte van het samenstel.
  • Uw snelheid, afstand en remweg aanpassen aan het extra gewicht.
  • Veilig inhalen, invoegen en van rijstrook wisselen met een samenstel.
  • Slingeren en zijwind herkennen en juist reageren.

Borden in deze les

Bochten en ruimte

De aanhangwagen volgt een kortere baan dan de auto. In een bocht snijdt hij de binnenkant en kan hij een trottoir, paal of fietser raken. Rijd daarom verder door voor u inslaat, en neem de bocht ruimer dan met de auto alleen.

Op een kruispunt houdt u rekening met de hele lengte van het samenstel. Een rotonde neemt u rustig en ruim. Hou rekening met de breedte van de aanhangwagen en met het bord C25 of C27. Kijk vaak in beide buitenspiegels, zeker bij rechts afslaan met fietsers in de dode hoek.

Snelheid, afstand en remmen

Het extra gewicht verlengt de remafstand sterk. Houd meer afstand dan met uw auto alleen. Een goede regel is minstens twee seconden en bij nat weer meer. Rem vroeg en zacht, zodat de aanhangwagen niet tegen de auto duwt.

De algemene snelheidslimieten gelden ook voor u (bebouwde kom, buiten de bebouwde kom per gewest). Voor voertuigen en samenstellen boven 3.500 kg MTM geldt volgens de politie en de B-cursus 90 km/u op autosnelwegen en wegen met gescheiden rijrichtingen (art. 11.3). Voor een personenauto met aanhangwagen die samen net boven 3.500 kg MTM komt, is de wettekst niet in elke bron even duidelijk; rijd dan voorzichtigheidshalve 90 km/u. Rijd in elk geval niet sneller dan wat uw aanhangwagen veilig toelaat: veel samenstellen worden boven 80 tot 90 km/u onrustig.

U mag niet te traag rijden zonder reden: dat is ook een fout op het examen.

Inhalen, invoegen en rijstrookkeuze

Een samenstel heeft een lange inhaalweg. Haal alleen in als u ver genoeg ziet, ook voorbij de volledige lengte van het samenstel. Links inhalen is verboden bij onvoldoende zicht, bij een heuveltop, in een bocht zonder zicht, op een overweg zonder slagbomen en verkeerslichten en op een verhoogde inrichting. Rijd na het inhalen pas naar rechts als u de ingehaalde in uw spiegel ziet, en neem de aanhangwagen mee.

Op de autosnelweg rijdt u rechts en gebruikt u de linkerstroken enkel om in te halen. Voeg in met aangepaste snelheid en hou rekening met uw lange samenstel: u hebt meer plaats nodig dan een auto. Bij een rijstrookwissel kijkt u vooraf lang in de buitenspiegel.

Bij een file vormt u een reddingsstrook, ook met een samenstel.

Slingeren, wind en hellingen

Slingert de aanhangwagen, dan gaat u niet harder sturen en u remt niet bruusk. Neem rustig gas terug, houd het stuur recht en laat het samenstel uitrollen. Rem pas zacht als het rustig is. Een te lichte kogeldruk, een slecht verdeelde lading of te hoge snelheid is de meest voorkomende oorzaak.

Zijwind duwt een aanhangwagen met grote zijkant opzij, zeker na een brug of bij het inhalen van een vrachtwagen. Houd het stuur met twee handen vast en vertraag.

Bergaf gebruikt u de motorrem in een lagere versnelling. Bergop kiest u tijdig een lagere versnelling. Laat voldoende afstand voor het geval u terug moet remmen.

Begrippen

Slingeren
De aanhangwagen zwiept heen en weer achter de auto.
Dode hoek
Het gebied naast het samenstel dat u in geen enkele spiegel ziet.

Veelgemaakte fouten

  • Te vroeg inslaan en de aanhangwagen tegen de stoeprand duwen.
  • Te kort na het inhalen terug naar rechts gaan.
  • Bij slingeren bruusk remmen of tegensturen.
  • De afstand tot de voorligger niet vergroten.

Check je begrip

Rijden met een samenstel op de openbare wegVraag 1 / 5

De aanhangwagen begint te slingeren op de autosnelweg. Wat doet u?