← Cursus Rijbewijs A1

Rijbewijs A1 · les 5 van 10

Voor u vertrekt: controles en bediening

Een goede motorrijder controleert zijn motor voor elke rit. Op het examen zijn dat de eerste manoeuvres, nog met de motor uit. Deze les gaat over de controles, de bedieningen en het afstappen.

3 min lezen · 10 checkvragen

Na deze les kan je

  • De controles uitvoeren die u op het examen en bij elke rit doet.
  • De bedieningen en controlelampjes van de motor aanwijzen en uitleggen.
  • Veilig afstappen en de motor achterwaarts in een vak parkeren.

Waarom eerst controleren

Een auto heeft vier wielen en een carrosserie. Een motor niet: een lekke band, een slecht werkende rem of een uitgevallen licht heeft veel ernstiger gevolgen. Daarom begint het terreinexamen met drie manoeuvres met de motor uit: de voorzorgen bij het afstappen, de voorafgaande controles en het achterwaarts parkeren in een vak.

De voorafgaande controles

Bij de technische controle moet uw motor voldoen aan alle voorwaarden om op de openbare weg te rijden. Volgens Touring controleert de examinator acht verplichte punten en twee die uitgeloot worden.

  • Verplicht: banden, noodstopschakelaar, voorrem en achterrem, claxon, dimlicht en grootlicht, richtingaanwijzers.
  • Uitgeloot: bijvoorbeeld de ketting, het oliepeil of de remblokjes.

AutoSécurité vraagt dat u de claxon, het remlicht, het dimlicht, het grootlicht, de richtingaanwijzers en de staat van de banden controleert. Oefen dus de hele reeks en kijk bij elke controle goed na of alles werkt.

Bedieningen en controlelampjes

Het examen kijkt of u de plaats van de bedieningen kunt aanwijzen en ze zonder aarzelen gebruikt. U moet de betekenis van de controlelampjes en de functie van de schakelaars op het dashboard kennen.

  • Links: koppelingshendel, schakelaars voor richtingaanwijzers, dimlicht en grootlicht.
  • Rechts: gashendel (gasgreep), voorremhendel, noodstopschakelaar en startknop.
  • Voetbediening: schakelpedaal links, achterrem rechts.

Controlelampjes zijn bijvoorbeeld die van oliedruk, neutraal en richtingaanwijzers. Een rood lampje betekent meestal: onmiddellijk stoppen. Lees de handleiding van uw motor, want de plaats van de schakelaars verschilt per merk.

Veilig afstappen

Bij het afstappen neemt u voorzorgen. Zet de motor stil en zet hem stevig op de standaard. Neem de sleutel mee als u wegloopt. Let op het verkeer: stap af aan de kant van de berm of het trottoir, niet aan de kant van de rijbaan. Op de openbare weg moet u tijdens het examen een veilige stopplaats kiezen en op een veilige manier afstappen en weer vertrekken.

Als u de motor op de middenstandaard zet, hebt u kracht nodig. Oefen met de motor op vlakke grond.

Achterwaarts parkeren

Manoeuvre 3 is achterwaarts parkeren in een parkeervak, met de motor uit. U duwt de motor met de voeten achteruit. Volgens Touring heeft u hiervoor hoogstens 1 minuut en 20 seconden, en bepaalt een computer of u links of rechts moet parkeren. Dit zijn indicaties: de details kunnen veranderen.

Werk rustig en kijk naar waar u wilt heen. Wie haast heeft, laat de motor vallen.

Begrippen

Noodstopschakelaar
Rode schakelaar op de rechterstuurhelft die de motor onmiddellijk stilzet.
Controlelampje
Lampje op het dashboard dat een toestand of storing meldt.
Middenstandaard
Standaard onder de motor waarop het achterwiel van de grond komt.
Koppelingshendel
Hendel links op het stuur waarmee u de koppeling bedient.

Veelgemaakte fouten

  • De controles overslaan omdat 'het toch maar een korte rit' is.
  • De noodstopschakelaar niet kennen of niet controleren.
  • Afstappen aan de kant van de rijbaan.
  • Bedieningen niet snel kunnen aanwijzen op het examen.

Check je begrip

Voor u vertrekt: controles en bedieningVraag 1 / 5

Waarvoor dient de noodstopschakelaar?