← Cursus Rijbewijs A

Rijbewijs A · les 7 van 11

Remmen op de motor: precisie en noodstop

Remmen op een motor vraagt meer techniek dan in een auto. U gebruikt twee remmen die u samen moet doseren, en de motor kan door blokkerende wielen omvallen. Deze les behandelt de remtechniek, het precisieremmen en de noodstop van het examen.

4 min lezen · 12 checkvragen

Na deze les kan je

  • Voorrem en achterrem samen en gedoseerd gebruiken.
  • Het precisieremmen en de noodstop van het examen beschrijven.
  • De remafstand inschatten bij verschillende snelheden en wegdekken.

Twee remmen, één beweging

Een motor heeft twee remmen: de voorrem (rechterhendel) en de achterrem (rechtervoet). Gebruik ze samen. De voorrem levert bij krachtig remmen het grootste deel van de remkracht, vaak ongeveer 70 procent, omdat het gewicht naar voren verschuift. De achterrem helpt de motor stabiel te houden.

Rem altijd progressief: trek de hendel eerst zacht aan, zodat het gewicht naar voren zakt, en verhoog dan de druk. Een plotse rukkende remming blokkeert het wiel. Blokkeert het voorwiel, dan valt u meestal; blokkeert het achterwiel, dan wordt de motor instabiel.

ABS

Een ABS voorkomt dat de wielen blokkeren, zodat u kunt blijven sturen. Het verkort niet altijd de remafstand en vervangt de techniek niet. Weet of uw motor ABS heeft. Volgens Touring mag het ABS in Wallonië bij het precisieremmen niet aanslaan; bij de noodstop mag het wel.

Precisieremmen (manoeuvre 7)

Manoeuvre 7 combineert drie onderdelen: een bocht, een hindernis ontwijken en precisieremmen. Volgens Vlaanderen neemt u de bocht met 30 km/u en wijkt u uit voor een hindernis met 50 km/u. Het precisieremmen sluit af: u remt zo dat uw voorwiel in een aangeduide zone tot stilstand komt. Volgens Touring betekent dat dat uw voorwiel in een cirkel stopt, zonder dat het ABS aanslaat.

Pas na volledige stilstand zet u een of twee voeten op de grond. Voordien blijven uw voeten op de voetsteunen.

De noodstop (manoeuvre 10)

Bij manoeuvre 10 neemt u een bocht met 30 km/u, versnelt u naar minstens 50 km/u en remt u plots over de kortst mogelijke afstand. Het ABS mag aanslaan. Oefen het zo:

  • Kijk ver vooruit, niet naar de grond.
  • Sluit het gas en trek de koppeling in net voor de motor stilvalt.
  • Rem krachtig maar progressief met voor- en achterrem, rechtop.
  • Houd het stuur recht en uw knieën tegen de tank.
  • Zet na volledige stilstand een of beide voeten op de grond.

Rem nooit hard in een bocht: een motor die helt, heeft minder grip. Richt eerst de motor rechtop en rem dan.

Remafstand

De remafstand wordt ongeveer vier keer zo lang als u twee keer zo snel rijdt. Op een nat wegdek is hij ongeveer anderhalf keer langer. Op zand, bladeren of een glad wegdek is hij veel langer. Op een motor is dat extra gevaarlijk, want er is weinig contact met het wegdek: twee kleine contactvlakken.

Hou daarom altijd voldoende afstand tot uw voorligger en rem in een bocht liever voor de bocht dan erin.

Begrippen

ABS
Systeem dat het blokkeren van de wielen bij het remmen voorkomt.
Precisieremmen
Remmen tot stilstand op een aangeduide plaats.
Noodstop
Zo kort mogelijk remmen vanaf een hogere snelheid.
Progressief remmen
De remdruk geleidelijk opbouwen.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen de achterrem gebruiken omdat de voorrem 'eng' lijkt.
  • Te plots aan de voorrem trekken, waardoor het voorwiel blokkeert.
  • Hard remmen terwijl de motor helt in de bocht.
  • Een voet te vroeg op de grond zetten.
  • Te laat beginnen met remmen en dan hard in de koppeling knijpen.

Check je begrip

Remmen op de motor: precisie en noodstopVraag 1 / 5

Wat doet het ABS op een motor?