Rijbewijs A · les 10 van 11
Op de openbare weg als motorrijder
Het tweede deel van het examen vindt plaats in echt verkeer, met de examinator achter u en een radio in uw helm. Deze les gaat over dat examen en over defensief motorrijden: positie, zichtbaarheid, kruispunten en wegdek.
4 min lezen · 16 checkvragen
Na deze les kan je
- Beschrijven hoe het examen op de openbare weg met radioverbinding verloopt.
- Uw positie op de rijstrook en uw afstand tot andere voertuigen kiezen.
- Typische gevaren voor motorrijders in het verkeer herkennen.
Borden in deze les
Het examen op de openbare weg
Het examen duurt minstens 30 minuten. U rijdt voorop, de examinator volgt op een eigen motor en leidt u via een radio. Wilt u dat, dan mag u in Wallonië uw eigen oortjes meebrengen. Hoort u de aanwijzingen niet meer, dan geeft u een teken met de arm.
De examinator zegt duidelijk welke route u volgt (links, rechts, of een richting op een bord) en zet u nooit een val. Hij beoordeelt of u de wegcode volgt, de motor beheerst en zich goed in het verkeer gedraagt. U past uw snelheid aan en houdt zich aan de maximumsnelheid. Dat zijn dezelfde snelheden als voor een personenwagen.
Tijdens de rit vraagt hij u om een plaats te kiezen waar u reglementair en veilig kunt stoppen. U stapt veilig af en vertrekt weer reglementair in het verkeer.
Positie op de rijstrook
Een motor is smal, en toch hebt u de hele rijstrook. Kies uw positie zo dat u goed gezien wordt en een uitweg hebt.
- Rijd niet in het midden van de rijstrook: daar ligt vaak olie of rubber van auto's.
- Rijd niet in de dode hoek van een auto. Ligt u in de spiegel van de voorligger, dan ziet de bestuurder u.
- Houd ruim afstand tot de voorligger: bij een plotse remming of een gladde plek hebt u op een motor weinig marge.
- Rijd niet te dicht langs geparkeerde auto's: een portier kan opengaan.
Kijk regelmatig in de spiegels en over uw schouder voor u van rijstrook wisselt. Geef tijdig richting aan.
Zien en gezien worden
Automobilisten zien motoren vaak te laat. Reken er dus op dat u niet gezien wordt. Bij kruispunten kijkt u zeer goed naar auto's die willen afslaan of invoegen, en u vertrouwt nooit blind op uw voorrang. Een opvallende helm of jas helpt, en een duidelijk hulpsignaal aan een kruispunt (rem even aanraken) trekt de aandacht.
Kruispunten en voorrang
De regels voor voorrang zijn dezelfde als in een auto. Ook de snelheden zijn gelijk: 50 km/u in de bebouwde kom (30 km/u in Brussel), 70 km/u buiten de bebouwde kom in Vlaanderen en Brussel en 90 km/u in Wallonië. Op een motor doet u echter meer in een kleinere ruimte: schakelen, remmen, kijken en sturen. Plan dus vooruit en neem tijd voor uw handelingen.
Als u vertrekt na een stop, moet de motor stabiel staan: één voet op de grond, de andere op de rem, en daarna beide voeten op de steunen.
Wegdek en weer
Een motor is gevoelig voor het wegdek. Kasseien, tramsporen, wegmarkeringen, putdeksels, zand, bladeren en olie kunnen glad zijn, vooral als het nat is. Rijd daar rechtop, zonder te remmen en zonder gas bij te geven. Bord A15 waarschuwt voor een glibberige rijbaan en bord
A17 voor kiezelprojectie.
Bij regen vergroot de remafstand en beperkt een beslagen vizier uw zicht. Bij zijwind merkt u dat uw motor zijwaarts duwt, vooral na een brug of een geluidswand. Hou het stuur stevig vast en vertraag.
Begrippen
- Radioverbinding
- Draadloos contact tussen examinator en kandidaat tijdens de rit.
- Dode hoek
- Zone naast of achter een voertuig die de bestuurder niet in zijn spiegels ziet.
- Defensief rijden
- Rijden met de verwachting dat anderen fouten maken en met ruimte om te reageren.
- Hulpsignaal
- Een kort teken (remlicht, richtingaanwijzer) om gezien te worden.
Veelgemaakte fouten
- Te dicht achter de voorligger rijden.
- Blind vertrouwen op uw voorrang aan een kruispunt.
- Hard remmen op tramsporen of wegmarkeringen.
- De dode hoek van auto's en vrachtwagens negeren.
- In paniek raken als de radio uitvalt in plaats van een teken te geven.
Check je begrip
Dit bord staat langs een open viaduct. Wat merkt u op uw motor?